het verhaal van
Rebecca
Ik ben Rebecca Eckhardt. Geboren in Peradeniya, Sri Lanka. Sri Lanka ligt in Azië. Ik was 2 maanden oud toen ik naar Nederland kwam.Mijn biologische moeder was zwanger van haar werkgever. Dit is onder dwang gebeurd. In Sri Lanka is het een schande als je ongehuwd zwanger bent, dus mijn biologische moeder werd vervolgens ontslagen en had geen werk. Ze mocht ook niet meer thuis wonen, alleen als ze een abortus zou plegen. Ik moest 2 maanden eerder gehaald worden, omdat mijn biologische moeder zwangerschapsvergiftiging had. Ik heb dus in de baarmoeder al leren vechten voor mijn leven. Nadat ik geboren was in het ziekenhuis mocht ik met mijn biologische moeder tijdelijk bij een oom en tante van haar wonen. Mijn biologische moeder was nog doodziek en heeft me dus weinig kunnen voeden. (Toen ik in Nederland kwam was ik ook ondervoed en moest naar het Sophia kinderziekenhuis.) De oom en tante van mijn moeder hadden ook weinig geld en benoemden dat ze daarom niet bij hen kon blijven. Ze heeft mij dus uit armoede afgestaan.
Bij ons thuis werd er al vanaf dat we jong waren over adoptie gepraat. Bijvoorbeeld als er een vliegtuig in de lucht vloog, werd er al verteld toen ik in de wandelwagen zat, dat ik op die manier naar NL kwam. Op de leeftijd dat we het snapten, werd er verteld dat we geadopteerd waren en we in Sri Lanka een biologische moeder hadden. We kregen toen een foto van haar te zien en deze mochten op onze slaapkamer zetten als we dat wilden.
Ik ben in gaan zien dat ik als kind altijd “please gedrag” heb vertoond, zelfs als volwassen jonge vrouw. Ik denk dat dit onbewust toch was om gezien te worden, het iedereen naar de zin te maken en ook vanuit de gedachte “dankbaar te moeten zijn”. Ik heb me onbewust altijd afgesloten voor mijn gevoel. Ik denk dat dit wel mijn identiteit “tekent”. Wie ben ik, wie mag ik zijn? Ik vond het nooit heel leuk om bruin te zijn. Je voelt je toch anders.
Op latere leeftijd, na dat ons 2e kind is geboren en ongeveer 5 jaar oud was, liep ik letterlijk vast. Ik kon niks meer. Ik heb hier ook gesprekken voor gehad. Al mijn emoties en gevoelens zijn toen laagje voor laagje afgepeld. In wezen een beetje als een ui. Ik heb daarin geleerd dat ik er mag zijn. Dat het verdriet en soms de eenzaamheid er mogen zijn. Ik heb geleerd dat ook ik een hechtingsprobleem had. Terwijl ik altijd riep dat dit bij mij wel mee viel. Elk adoptiekind heeft een hechtingsprobleem, wat heel logisch is. Toen mijn therapeute vroeg of ik me altijd leeg en eenzaam voelde, sloeg dat in als een bom. Hoe weet zij dat nou? Dat was dus 1 van de kenmerken die je kunt hebben bij een hechtingsprobleem. Toen ben ik ook in gaan zien dat ook ik dit had. Je moet steeds dieper graven en tot op de bodem komen, alleen dan kun je weer opkrabbelen en je beter gaan voelen. Maar ik heb ervaren dat die bodem heel, heel diep was… Ik heb in deze periode ook tijdelijk het contact verbroken met mijn adoptieouders, om echt aan mezelf te kunnen werken zonder de pijn die ik had te associëren met mijn adoptieouders. Nu kan ik zeggen dat ik er na deze periode dan ook sterker ben uitgekomen. Dat juist, dat je zoveel hebt meegemaakt, je je levenservaring kunt gebruiken als kracht. Op dit moment heb ik weer contact met mijn adoptieouders, maar ik denk dat het blijvend werken is aan een omgang met elkaar die voor ons en mij werkt. Dat zal misschien een zoektocht blijven.
Ik weet wie mijn biologische moeder is, mijn halfzusje en verdere familie. Toen ik 11 was zijn we in Sri Lanka geweest en heb ik hen ontmoet. Ik heb dat alles langs me heen laten gaan. Ik heb het nummer van mijn halfzusje, maar ik heb amper contact. Ik vraag wel eens hoe het met de familie is enz. Maar krijg dan weinig reactie of slechts het antwoord dat het goed gaat. Mijn biologische moeder heeft geen WhatsApp, dus met haar heb ik geen contact. Voor mijn gevoel is ze een soort van onbereikbaar. Een gesloten vrouw die haar gevoelens niet snel uit. (Sjonge, van wie zou ik het hebben…) Ik merk niet dat ik de behoefte heb om contact met haar te hebben. Ze voelt als “mijn” moeder. De bloedband, die voel ik niet persé. Het blijft lastig. Vooral als mensen dit voor je invullen. Zo van: “Sjonge, je hebt je biologische familie ontmoet. Dan zul je vast een bloedband hebben. Of als ik benoemde wel eens contact met ze te hebben, zeggen mensen: Ja, je hebt toch die bloedband he?! Zo jammer, en ook vervelend als mensen dit voor je invullen. Ik kan de mensen op één hand tellen, die ooit gevraagd hebben hoe ik er zelf in stond. Dat zijn er maar bar weinig.
Mijn biologische vader ken ik niet. Op de een of andere manier heb ik die behoefte ook niet (meer). Een vaderfiguur heb ik vanaf jongs af aan nooit gehad. Mijn adoptievader was nooit echt een vaderfiguur. Maar mijn biologische vader ga ik ook nooit op laten zoeken. Ik denk toch dat dit is uit respect voor mijn biologische moeder. Ik weet dat ik uit veerkracht ben ontstaan en ik wil dit voor haar ook niet allemaal oprakelen. Ik ben dankbaar dat ik God heb mogen aannemen als mijn Vader. Dat is voor mij genoeg.
Ik kijk tegen adoptie anders dan dat ik dat vroeger deed, met dubbele gevoelens. Ik denk dat het heel goed is dat (a.s.) adoptieouders beseffen wat dit teweeg kan brengen. Als kinderen nog jong zijn hebben ze in de meeste gevallen nog niet zoveel last van problemen. Adoptieouders benoemen soms wel dat alles goed gaat, maar ik denk nu wel eens: “Ik spreek je nog wel als je kinderen volwassen zijn geworden”. Je haalt toch een kind uit de cultuur enz. Het plantje zal nooit meer zo wortelen in een andere plaats.
Het is denk ik sowieso goed om als adoptieouders, maar ook als adoptiekinderen open te staan voor gesprek. Je verdriet en gevoelens mogen er zijn, van beide partijen. Ik heb nu nog wel eens het idee dat het “team adoptieouders, en “team geadopteerde” is en dat is jammer.
Verder ben ik dankbaar dat ik hulp heb gezocht. Het heeft me echt geholpen. En natuurlijk, mijn problemen zijn niet helemaal weg. Ik heb mogen leren om mijn adoptie in mijn leven te weven. En dat is niet altijd makkelijk, en dat mag. Maar ik ben wel gaan leren zien dat God een plan met mijn leven voor had. De weg er naar toe was niet altijd makkelijk, maar ik ben God oprecht dankbaar dat ik hier mijn man heb leren kennen en drie lieve kinderen mocht krijgen. Ik hoop en bid dat ik een zegen mag zijn voor mensen om mij heen en de mensen die ik nog mag ontmoeten.





