top of page

het verhaal van

Martina

 

Ik was zes weken oud toen ik werd geadopteerd uit Sri Lanka, uit de plaats Kalutara. 

Volgens de documenten is mijn adoptie tot stand gekomen doordat mijn biologische moeder bij mijn biologische vader was weggegaan vanwege zijn drankprobleem. Er werd mij destijds verteld dat het in Sri Lanka een grote schande is om als vrouw je partner te verlaten. Mijn moeder moest daardoor gaan werken op de thee plantages. Mijn halfbroertje en zusjes kon zij meenemen, maar ik was nog te jong. Ze kon niet voldoende voor mij zorgen en heeft mij daarom ter adoptie afgestaan. Dat is in ieder geval het verhaal zoals het in mijn documenten omschreven staat. Of het daadwerkelijk zo is, weet ik niet. Thuis is er eigenlijk altijd wel open over adoptie gesproken. Niet op één groot moment van “we moeten je iets vertellen”. Het was gewoon onderdeel van mijn leven. Mijn ouders hebben me nooit expliciet apart gezet om het uit te leggen. Het was er gewoon.

 

Het besef dat ik geadopteerd ben is er eigenlijk altijd geweest. Naarmate je ouder wordt, krijgt het alleen meer betekenis. Mijn adoptieouders zijn drie weken in Sri Lanka geweest om mij op te halen en hebben daar veel foto’s gemaakt. Met dat fotoboek ben ik opgegroeid. Daardoor waren Sri Lanka en mijn adoptie altijd onderdeel van mijn verhaal. Soms hield het me in bepaalde fases minder bezig, en dan weer meer. Dat fotoboek kon ik er altijd bij pakken en gaf een soort houvast. Het was eigenlijk het enige tastbare dat ik had over waar ik vandaan kwam. Als kind voelde adoptie voor mij niet zwaar. Ik had een druk leven, was veel in de turnhal, had vrienden en ging gewoon naar school. Pas later merkte ik dat adoptie wél invloed heeft op je identiteit, in ieder geval bij mij.

 

Om te begrijpen wie je bent en waar bepaalde eigenschappen vandaan komen, helpt het als adoptiekind dat je weet wie je ouders zijn. Voor mij was het fijn geweest als ik iets van mezelf had kunnen herkennen in iemand (ouder/broer/zus) die dichtbij staat, of in verhalen over hen, ook als ze niet meer leven of een ontmoeting onmogelijk zou zijn. Ik voelde die oprechte interesse maar kon het nergens kwijt. Bijvoorbeeld weten hoe mijn moeder als vrouw was: haar karakter, haar normen en waarden, wat zij belangrijk vond en waar ze tegenaan liep. Ik begrijp dat, doordat zij in een ander land woont, dat perspectief misschien anders was geweest. Toch zou iets weten heel waardevol zijn geweest. Dat heb ik op latere leeftijd gemist. Vragen als: op wie lijk ik, waar komen mijn karaktertrekken vandaan en hoe ging mijn moeder daarmee om, werden daardoor steeds belangrijker. Wanneer iemand zegt: je lijkt op je moeder, of dat heb je van je vader, geeft dat houvast over wie je bent en waar je vandaan komt. Als je dat altijd hebt gehad, sta je daar waarschijnlijk minder bij stil. Ik heb dat niet en zal dat ook nooit meer krijgen. Nu maak ik het voor het eerst mee met mijn zoon, wanneer mensen zeggen: “goh, wat lijkt hij op jou.” Dat doet me goed. En ik ben blij dat hij dat wel mag ervaren. En ja dat kan soms ook confronterend zijn want ieder mens heeft ook minderen eigenschappen die soms confronterend zijn om terug te zien bij je kind. 

 

Mijn adoptie heeft enorme invloed gehad op wie ik ben geworden. Ik ben geadopteerd en daarmee “anders” dan de gemiddelde Nederlander. Ik voel me Nederlander, ik woon hier, werk hier en heb hier mijn leven opgebouwd, maar ik zie er niet uit als een Nederlander. Dat spanningsveld is er altijd. Ik heb hier nooit problemen mee ondervonden in de vorm van racisme, maar het is er wel op een manier dat je ook wel ziet dat je “anders” bent. Ik heb 16 jaar bij de Politie gewerkt en ben in die tijd gaan studeren. Bij het vak psychotrauma en rouw kwam bij het gevoel heel sterk naar boven dat ik mijn geboorteland wilde zien. Dit heb ik toen ook meteen gedaan. Daarna ben ik gaan werken bij het maatschappelijk werk en nog een tijdje voor Veilig Thuis Zeeland. Nu ben ik werkzaam als zorgcoördinator bij het Nederlands Veteraneninstituut. Op een op andere manier altijd in de hulpverlening, mensen proberen te helpen in het sociaal domein. 

 

Ik heb altijd kansen gekregen en gepakt om mezelf te ontwikkelen. Tegelijkertijd voelde ik ook een onuitgesproken druk: ik moest laten zien dat ik die kansen waard was. Dat ik dankbaar moest zijn dat ik hier mijn leven had. Dit waren soms ook opmerkingen uit mijn omgeving. Wellicht met de beste intenties. “Ja maar je hebt hier toch een goed leven”, “Maar jij hebt wel de kans gekregen om hier een goed leven om te bouwen” en  “gelukkig leef je niet daar, hier is het toch beter he, maar Sri Lanka is wel een mooi land”. Zulke opmerkingen zijn niet altijd helpend. 

 

Ik voel  mij ook anders dan anderen door bijvoorbeeld door mijn uiterlijk. Niet omdat ik gepest, gediscrimineerd of buitengesloten werd, maar omdat je van binnen weet dat je hier oorspronkelijk niet vandaan komt. Mensen vragen er ook vaak naar: bij een training, een cursus, een voorstelronde of sollicitaties: “waar kom je vandaan”? Of “jij komt hier zeker niet vandaan, waar liggen je roots”? Als ik naar de dokter ga is de eerste vraag altijd: “komt het in je familie voor”? Dat weet ik niet. Dat geeft niet, maar het herinnert je er wel steeds aan dat een deel van jou ergens anders ligt. Dat gevoel blijft. Het hoort bij wie je bent, maar je kunt het niet altijd met iedereen delen. Die herkenning vind ik wel meer bij mensen die ook geadopteerd zijn uit Sri Lanka of een vergelijkbaar verhaal hebben. Ik vind het niet vervelend als mensen vragen stellen over mijn achtergrond. Dat hoort er ook bij. Door mijn huidskleur krijg ik bijna altijd de vraag waar ik vandaan kom. Als ik dan Zeeland zeg, volgt meestal: “Nee, waar kom je oorspronkelijk vandaan?”. Ik heb er geen moeite mee om dat uit te leggen. Mensen reageren meestal geïnteresseerd. Soms merk je wel dat mensen er een eigen beeld bij hebben, bijvoorbeeld dat ik me in Sri Lanka vanzelf thuis zou voelen als ik daar zou willen wonen. Dan denk ik: zo werkt het voor mij niet. Over het algemeen ervaar ik die vragen niet als vervelend en deel ik mijn verhaal prima.

 

Mijn adoptieouders hebben op hun manier en binnen hun mogelijkheden hun best gedaan. Ze hebben mij met hun liefde grootgebracht en kansen gegeven. Ik voel nog altijd een soort dankbaarheid dat ik hier ben, maar mijn relatie met mijn adoptieouders is vrij terughoudend. Dat heeft ook te maken met hechting. Ik heb een onveilige hechting gehad, wat samenhing met de dynamiek tussen mijn adoptieouders en de problematiek die binnen hun huwelijk speelde. Daarnaast was er destijds weinig begeleiding rondom adoptie: met de beste bedoelingen adopteer je een kind en ga je doen waarvan je denkt dat het goed is, maar zonder echt te weten wat het vraagt. Ik denk dat dat daar ook mee te maken heeft. Ook denk ik dat ik op het gebied van identiteit en veilige hechting wel iets heb gemist. Dat hing ook samen met een gevoel van onveiligheid binnen het gezin, waardoor mijn hechting zich niet goed heeft kunnen ontwikkelen. Naarmate ik ouder werd merkte ik bovendien dat mijn normen en waarden op sommige punten anders waren en dat ik bepaalde dingen binnen het gezin niet gezond vond. Dat staat eigenlijk los van de adoptie; ook als ik een biologisch kind in hetzelfde gezin was geweest, was ik daar waarschijnlijk tegenaan gelopen.

 

Rondom de adoptie hadden mijn adoptieouders naar mijn idee weinig ondersteuning vanuit hulpverlening of adoptiebureaus in die tijd. Voor zover ik me kan herinneren werd er nauwelijks gevraagd hoe het met ons ging, hoe het thuis liep of waar we tegenaan liepen. Zeker niet specifiek in relatie tot wat adoptie betekent voor hechting en ontwikkeling, en hoe je daar als ouders en kind samen maar ook ieder afzonderlijk mee omgaat.

 

Mijn adoptie heeft ook invloed op hoe ik kijk naar verbinding, vertrouwen en mijn plek innemen. Het gevoel dat je je moet bewijzen en dankbaar moet zijn, neem je soms onbewust mee in relaties. Ook denk ik dat het gemis aan veiligheid thuis heeft meegespeeld en dat bepaalde ervaringen zich kunnen vastzetten. Ik kan niet zeggen dat dit alleen door adoptie komt; er zijn ook genoeg geadopteerde die veilig gehecht zijn. 

 

Wel ben ik dankbaar dat ik zelf vriendschappen heb kunnen opbouwen en behouden. Ik heb vriendinnen die ik al meer dan 29 jaar ken: een vaste groep die er altijd voor mij is en mij echt kent. Ze doen niet alsof ze precies weten hoe het voelt om geadopteerd te zijn, maar ze luisteren en denken mee als ik vastloop. Ze kennen mijn verhaal. Dat alleen al betekent veel voor me.

 

Met mijn partner kan ik open praten over mijn adoptie en wat dat met mij heeft gedaan. Hij kent mij met al mijn kanten, stelt vragen en houdt me soms een spiegel voor. Dat heb ik ook nodig: iemand die durft tegen te spreken, geen ja-knikker is en niet alles zomaar goed vindt. Iemand met eigen ideeën, die initiatief neemt en dingen onderneemt zonder af te wachten wat ik doe. Dat geeft mij rust en houvast. Ik denk dat ik me daardoor ook geliefd voel. Tegelijk is dit gewoon wie ik ben; niet alles hoeft uit adoptie te komen. Ik ben meer dan alleen geadopteerd.

 

Ik voel me thuis in Nederland, al weet ik niet of dat hetzelfde is als voor iemand die hier geboren en getogen is. Hier heb ik mijn leven, mijn gezin en mijn werk, maar tegelijk weet ik dat mijn roots hier niet liggen. Ik ben terug geweest naar Sri Lanka en heb daar mijn biologische moeder gevonden. Toch voelde ik me daar niet thuis. Voor het eerst in jaren zag ik veel mensen die op mij leken en was duidelijk waar ik vandaan kwam. Maar ik ben hier gevormd: mijn leefstijl en manier van leven zijn westers. 

 

Als ik me ergens veilig voel en de juiste energie ervaar, kan ik gewoon mijn leven leven. Thuis zit voor mij deels in mijn eigen huis, maar ook in een fijne avond met vrienden of mijn partner want daar ervaar ik hetzelfde gevoel van geborgenheid.

 

Ik heb mijn biologische moeder gevonden en ontmoet tijdens mijn rondreis door Sri Lanka. Inmiddels is ze overleden. Ik ben dankbaar dat ik haar nog heb kunnen laten zien wie ik ben geworden en dat het goed met mij gaat. Als moeder voelt dat voor mij als de grootste geruststelling die je kunt hebben: weten dat je kind gezond is, gelukkig is en een goed leven heeft. Die ontmoeting was bijzonder en confronterend tegelijk. Na 29 jaar stond ik tegenover de vrouw die mij op de wereld heeft gezet, maar mij ook heeft moeten loslaten. Hoe dat voor haar echt is geweest weet ik niet. Sinds ik zelf moeder ben, kan ik me niet voorstellen dat je je kind na zes weken moet afstaan tegelijk moet er enorme wanhoop zijn geweest om die keuze te maken met het idee dat dit beter was voor je kind. Of had ze geen keuze en werd die keuze voor haar gemaakt? Haar eerste vraag was of ik boos op haar was. Dat ben ik nooit geweest. Ik heb altijd geprobeerd te voelen dat dit haar manier was om mij een beter leven te geven. 

 

Mijn afkomst speelt vooral een rol in mijn identiteit en in het besef waar mijn roots liggen. Niet zozeer in het dagelijks leven, maar wel in hoe ik mezelf begrijp, maar er blijven altijd vragen open. Over wat er precies is gebeurd, over mijn eerste levensperiode en hoe mijn leven eruit had gezien als ik niet was geadopteerd. Of in welk gezin ik anders terecht was gekomen…. misschien had ik wel in Amerika gewoond of in een ander land waar adoptie toen mogelijk was. Het zijn soms vreemde gedachten, maar ze horen er ook bij. Over mijn vader weet ik bijvoorbeeld niets. Af en toe komt dat nog in me op, zonder dat ik goed weet wat ik ermee moet. Sommige vragen zullen waarschijnlijk nooit helemaal verdwijnen. Mijn adoptie brengt verschillende gevoelens met zich mee: dankbaarheid, maar ook gemis, verwarring en soms verdriet of eenzaamheid. Het is geen enkel gevoel, maar iets gelaagds dat naast elkaar kan bestaan.

Als kind dacht ik hier minder bewust over na. Naarmate ik ouder werd, merkte ik dat de impact duidelijker werd, vooral rond identiteit en hechting. Die ruimte om mijn gevoelens te uiten was beperkt. Dat kwam deels door de dynamiek binnen het gezin, maar ook door het gebrek aan begeleiding rondom adoptie, zowel voor mijn adoptieouders als voor mij als kind. Ik heb op latere leeftijd gesprekken gehad met een adoptiepsycholoog en met een reguliere psycholoog. We spraken over wie ik ben, waar ik vandaan kom en over de gezinssituatie waarin ik ben opgegroeid. Dat hielp me om dingen beter te begrijpen, er anders naar te kijken en oude patronen los te laten.

 

Dit heb ik ook bewust gedaan om te voorkomen dat ik onverwerkt trauma of andere dingen meeneem in mijn eigen gezin, zodat mijn zoon daar niet mee belast wordt. En als dat toch gebeurt, probeer ik het bespreekbaar te maken, er open over te zijn en dingen uit te leggen. Mijn zoon stelt soms ook kritische vragen. Dan komt er uit het niets de vraag: “mis je je echte papa en mama wel eens?”. 

 

Ik vind het lastig te zeggen hoe de maatschappij als geheel naar adoptie kijkt. Ik hoor daar weinig expliciet over en weet ook niet of mensen daar altijd eerlijk over zijn. De mensen in mijn directe omgeving zijn hier naar mij toe wel open over. Zij zijn blij dat ik in Nederland ben. Maar ik weet ook niet beter, en zij ook niet. Zo is het gewoon gegaan. Ik denk dat je pas echt kunt begrijpen wat adoptie betekent als je zelf bent geadopteerd. Er zit iets in je dat lastig uit te leggen is, iets wat ik soms ervaar als een lichte leegte of een vorm van eenzaamheid. Ik heb een goed leven: vrienden, werk en een gezin. Alles loopt. En toch is dat gevoel er op de achtergrond altijd een beetje. Niet op een manier dat het mijn leven negatief bepaalt, maar het is aanwezig. Soms sterker, bijvoorbeeld bij ingrijpende gebeurtenissen, en soms bijna niet voelbaar.

 

Tegelijkertijd heb ik hierin mijn weg gevonden en had ik voldoende wilskracht om dat te doen. Je kunt zelf initiatief nemen om je te laten zien en horen, mits je daar de handvatten voor hebt al weet ik dat dat in de praktijk moeilijker is dan het klinkt. Je kunt uitleggen wat er speelt als je je niet begrepen voelt, maar ik ben niet iemand die dat eindeloos blijft herhalen. Pas wanneer mensen echt luisteren, er later op terugkomen of doorvragen, voel ik me werkelijk begrepen. Dat is iets wat ik bij mijn partner en vrienden wel ervaar.

 

Hoe adoptie vroeger door de instanties en overheid geregeld was, roept bij mij veel vragen op. Ik denk dat er rondom adoptie ook handel in kinderen heeft plaatsgevonden en dat geld daarbij een grote rol speelde. Of het altijd zorgvuldig en echt in het belang van het kind gebeurde, betwijfel ik. Buitenlandse adoptie is in Nederland inmiddels stopgezet, en dat zal niet zonder reden zijn.Ik denk niet dat het aan de mensen met een kinderwens lag, maar vooral aan de manier waarop het systeem toen was ingericht. Gelukkig is er in de loop der jaren meer aandacht gekomen voor de signalen rondom adoptie. Goede begeleiding, zowel voor-als achteraf, is volgens mij heel belangrijk  voor adoptieouders, adoptiekinderen en het hele gezin. Wat mij betreft zouden adoptie en alle betrokken partijen beter begeleid en gevolgd moeten worden, ook op de lange termijn. Niet alleen in de eerste jaren, maar juist ook wanneer iemand ouder wordt. 

 

Adoptie heeft me vooral laten zien hoe belangrijk het is om te weten wie je bent en waar je vandaan komt. Ouders kunnen daarin veel betekenen door herkenning te bieden in karakter, uiterlijk en geschiedenis. Als je dat minder hebt, zoals in mijn geval, ga je zelf op zoek. Dat lukt deels, al blijven er altijd puzzelstukjes ontbreken. Voor mij betekent weten wie je bent ook begrijpen wat je heeft gevormd. Naar mijn eigen kind probeer ik daar open en eerlijk in te zijn. We praten over eigenschappen die je hebt, waar je aan kunt werken en wat je juist kracht geeft. Ik laat hem weten dat ik van hem hou en trots op hem ben. Dat je mag zijn wie je bent en dat je, als je iets nodig hebt om jezelf beter te begrijpen, daarnaar op zoek mag gaan op je eigen manier en in je eigen tempo. Wat nu niet lukt, kan later nog komen. 

 

Ik ben trots op wie ik ben geworden: dat ik vriendschappen heb opgebouwd, werk heb, mijn plek in de maatschappij heb gevonden en me kan uitspreken. Daar hoef je niet per se geadopteerd voor te zijn om daar trots op te zijn, maar voor mij hoort het wel bij mijn weg.

 

Ook ben ik dankbaar dat ik mijn biologische moeder heb kunnen ontmoeten. Niet iedereen krijgt die kans. Ze is inmiddels overleden, maar ze heeft me nog kunnen zien en daardoor wist ze dat het goed met mij ging. Ik ben opgegroeid met het verhaal dat mijn biologische moeder bij mijn vader is weggegaan vanwege zijn drankproblemen. Of dat het hele verhaal is, weet ik niet. Misschien wel, misschien niet ….helemaal zeker zal ik het nooit weten. Maar het is wel het verhaal waarmee ik naar Nederland ben gekomen.

 

Door vol te houden en open te blijven staan voor ontwikkeling ben ik geworden wie ik nu ben. Juist als het zwaar is, ben ik hulp blijven zoeken wanneer dat nodig was. Soms even terugtrekken, het moeilijk hebben, maar daarna weer doorgaan. Ook de juiste mensen om je heen verzamelen die iets voor je kunnen betekenen. Tegelijkertijd ook aanvoelen wanneer het beter is om een grens te trekken en ergens een punt achter te zetten.

 

Tevens merkte ik ook hoe belangrijk je omgeving is, bijvoorbeeld op je werk. Ik heb lang bij een werkgever gewerkt waar ik me meer een functie dan een persoon voelde. Je deed wat er van je verwacht werd en moest je ontwikkelen in een richting die een leidinggevende voor ogen had, niet in wie je zelf bent. Ik was 19, nog jong, en er was weinig aandacht voor persoonlijke groei. Ik heb zelfs een aantal jaar mijn eigen functioneringsgesprek ingevuld. Daardoor voel je je niet echt gezien of gehoord, en wordt er ook niet gevraagd naar je persoonlijke ontwikkeling. Zonder aandacht voor persoonlijke ontwikkeling kun je moeilijk spreken van een gezonde organisatie of een prettig werkklimaat.

 

Intervisie of een andere vorm van reflectie heb ik daar nooit gehad, terwijl dat volgens mij essentieel was geweest voor medewerkers en leidinggevende. De gunfactor speelde bovendien een rol binnen de organisatie. Er kwamen soms ontwikkelpunten naar voren, maar hoe je die kon aanpakken werd niet besproken. Als je jong bent en daarin meegaat, sta je eigenlijk stil zonder dat je het doorhebt. Voor sommigen werkt dat misschien, maar voor mij was het geen prettige plek. Werk en privé liepen daardoor ook in elkaar over en beïnvloedden elkaar. Ik voelde me er niet langer prettig en merkte dat het tijd was om weg te gaan. Toen ik vertrok, merkte ik pas hoe opgesloten ik daar had gezeten. Later sprak ik meerdere oud-collega’s die ook waren vertrokken en hetzelfde hadden ervaren.

 

Geadopteerd of niet: uiteindelijk moet je er zelf ook iets van maken. Soms moet je weggaan, soms een stap terug doen, soms twee vooruit en weer vallen. Blijven opstaan helpt. Niet streven naar constant geluk, dat bestaat naar mijn idee niet, wel balans vinden en meebewegen met wat er op je pad komt. 

 

Een groot misverstand over adoptie is dat geadopteerde kinderen altijd dankbaar moeten zijn. Wij hebben er niet voor gekozen om geadopteerd te worden; dat besluit is door volwassenen genomen, met de bedoeling dat het beter zou zijn voor het kind en tegelijk een manier om een kinderwens te vervullen. Dat klinkt misschien hard, maar zo voelt het voor mij wel. Adoptie heeft impact, zeker wanneer een kind onder bijzondere omstandigheden naar Nederland wordt gehaald of gebracht. Ik denk dat geadopteerde kinderen vaak met een grotere rugzak beginnen, afhankelijk van de leeftijd waarop ze worden geadopteerd. Ik was zes weken oud, maar kinderen die ouder zijn hebben vaak al veel meegemaakt en dragen dat met zich mee. In mijn tijd werd daar, naar mijn idee, weinig bij stilgestaan. Ik kan me voorstellen dat wanneer je op vier- of zesjarige leeftijd in Nederland aankomt, daar boosheid of verwarring bij kan komen kijken. Je bent afhankelijk van volwassenen die het beste voor je willen, maar je wordt wel uit je oorspronkelijke omgeving gehaald.

 

Aan toekomstige adoptieouders zou ik mee willen geven: verdiep je echt in de achtergrond van je kind. Probeer zoveel mogelijk te weten te komen over waar je kind vandaan komt, het gezin en de leef-omstandigheden. Maak foto’s als dat kan wanneer je naar het geboorteland gaat en verzamel informatie, ook als dat moeite kost. Probeer zoveel mogelijk gegevens van de biologische ouders te verkrijgen en sta er zelf eens bij stil wat je als kind nodig had om jezelf te leren kennen en te begrijpen wie je bent. Op wat voor manier kun je dit aan je adoptiekind geven? En hoe ga je hiermee om als dat niet kan? Zorg daarnaast ook goed voor jezelf. Zoek hulp als jij of je kind vastloopt en betrek je omgeving daarbij. Maak adoptie bespreekbaar en denk vooraf goed na of dit echt bij je past. Het kan helpend zijn om eens te praten met iemand die zelf geadopteerd is.

 

Ben jij geadopteerd? Het is oké om vragen te hebben en te zoeken naar antwoorden. Het is ook oké als je gevoelens hebt die je moeilijk kunt uitleggen. Vraag om hulp als het nodig is. Je staat er niet alleen voor, ook al voelt dat soms wel zo.

 

Ik hoop dat men beter gaat begrijpen dat adoptie niet alleen een “mooie” oplossing is, maar ook iets dat je je hele leven meeneemt. Je hebt een geschiedenis die blijft bestaan. Weten waar je vandaan komt kan belangrijk zijn om te begrijpen wie je bent en hoe je gevormd bent. Dit is mijn verhaal met mijn gevoel en mijn beleving. Anderen kunnen heel andere ervaringen hebben met adoptie, met hun adoptieouders, het land van herkomst of hechting, en dat is helemaal goed.

 

Ik vond het fijn om mijn verhaal op deze manier naar buiten te brengen, al vond ik het ook best spannend. Normaal praat ik er wel open over, maar het blijft toch anders om je verhaal zo te delen. Tegelijk voelde het goed om het te vertellen, in de hoop dat iemand zich erin herkent of er iets aan heeft.

bottom of page