top of page

het verhaal van

Frank

 

Hoi, ik ben Frank, en ik ben geadopteerd. Ik heb daar zo’n 40 jaar mee kunnen leven, maar alles piepte en kraakte zodanig, dat ik nu een jaar therapie achter de rug heb. Niemand weet dit, behalve mijn kinderen, mijn vriendin en mijn ouders. Ik vind het moeilijk om dat te delen en om er over te vertellen. Ik hou er niet van om daar aandacht voor te vragen. Ik heb ook gewoon heel mijn leven mijzelf aangeleerd om dat deel dicht bij mijzelf te houden en niemand daarmee te belasten. Maar ik ben ook vooral gewoon een heel gelukkig mens. 

Ik vertel hier voor 1x mijn verhaal. Voor iedereen. Bekenden en onbekenden. Veel bekenden zullen dit verhaal dus voor het eerst lezen. Ik hoop met mijn persoonlijke verhaal iedereen een inkijkje te geven in hoe het leven kan zijn voor een geadopteerde. Maar vooral hoop ik een stukje herkenbaarheid te bieden aan (jonge) mensen met een adoptieachtergrond of die om wat voor reden dan ook opgegroeid zijn zonder biologische ouder(s). Want juist die herkenbaarheid is altijd voor mij een enorme steun geweest. Door mijn therapie ben ik heel anders gaan kijken naar mijn adoptie, en naar mijzelf. En dat gun ik iedereen. Al is er maar 1 persoon die ik kan inspireren om hulp te gaan zoeken of kan helpen met mijn verhaal, is dat het voor mij waard. 

 

Adoptieachtergrond

Ik ben op 6 oktober 1980 als Anthony in Goes geboren, en 8 dagen na mijn geboorte afgestaan door mijn Ierse moeder. Zij was in 1980 in Ierland ongehuwd zwanger geraakt en zoals zij aangaf in gesprekken met de raad voor kinderbescherming destijds: “Ik en Anthony zullen geen leven hebben in Ierland als alleenstaande vrouw met kind”.Destijds had de katholieke kerk in Ierland meer macht dan de overheid. Scheiden was bijvoorbeeld verboden, en ongehuwde zwangere meisjes/vrouwen werden sociaal verwoest, jarenlang opgesloten in Magdalene laundries en Mother & Baby homes. Ze werden als schande voor de familie en de maatschappij verborgen en weggestopt en moesten boeten voor hun zonde: seks voor het huwelijk. De baby’s werden als ze “geluk” hadden verscheept naar Amerikaanse wensouders. In het ergste geval overleden ze aan ondervoeding of verwaarlozing. Niemand die er verder om gaf. Jaren geleden werden in een oude sceptictank (!) op een terrein van een voormalig klooster in Tuam resten aangetroffen van vermoedelijk (een deel van) 796 vermiste baby’s en kinderen. Gedumpt in een riool, tekenend voor hoe er naar hen gekeken werd. En dit is zeker niet het enige schandaal uit deze zwarte geschiedenis. Ongehuwde moeders en bastaardkinderen waren letterlijk niks waard in de Ierse maatschappij. Werd je als vrouw verkracht? Dan was het jouw schuld dat je die man zijn hoofd op hol hebt gebracht. Vaders zetten hun bloedeigen dochters persoonlijk af bij de Ierse nonnen. Gelukkig is Ierland nu een prachtig land met prachtige mensen. Heel anders dan toen. De nieuwe generatie voert juist een strijd tegen die zwarte geschiedenis en is zich er heel erg bewust van dat dat nooit meer mag gebeuren. Mijn moeder woonde in Dunmore. Letterlijk een kwartiertje rijden van het klooster in Tuam. Alhoewel dit klooster in 1961 de deuren sloot, was dit zeker niet het einde van een verschrikkelijk orthodox en conservatief tijdperk in Ierland. Het laatste “Mother & Baby home” sloot pas in 1998. Je zou dus wel kunnen concluderen dat mijn moeder uit een uiterst conservatief deel van Ierland kwam. Mijn moeder “vluchtte” naar Nederland voor een veilige toekomst voor haar zoon. Ze verbleef in Zeeland op een camping, samen met andere Ierse arbeiders. Ze had hier seizoenswerk, omdat haar broer en vrienden dat ook deden. Voor haar was dit de uitgelezen mogelijkheid om in het geheim te bevallen en verder te gaan met haar leven. Alleen ze hield de zwangerschap tot de 8e maand angstvallig geheim. Ze wist niet hoe en tegen wie ze het moest vertellen. Totdat ze uit wanhoop een vriend van haar inlichtte. Hij heeft haar verwezen naar maatschappelijk werk, en die hebben haar begeleid tot de bevalling. Acht dagen na de bevalling heeft mijn moeder afscheid van mij genomen en is verdergegaan met haar leven. De zorg over mij werd overgedragen aan de raad voor kinderbescherming, en ik werd bij een pleeggezin geplaatst. Een paar maanden later kwam ik terecht bij mijn adoptiegezin. Eigenlijk weet ik niet meer wanneer mijn ouders mij hebben ingelicht over mijn adoptie. Dus ze zullen het heel vroeg in mijn leven hebben gedaan. Zo vroeg, dat ik op een bepaald moment niet eens wist dat ik de Ierse nationaliteit had. Mijn eerste herinnering is die van het ophalen van mijn eerste identiteitskaart bij het stadhuis. Ik moest als klein jochie toch wat antwoorden geven op vragen om mijn identiteit vast te stellen. Maar ik wist niet het goede antwoord op de vraag: “Weet jij uit welk land jij nog meer komt?”  Ik keek de beambte en mijn moeder vragend aan, en had geen idee waar ze het over had. Ze probeerde de vraag op verschillende manieren te stellen maar ik moest haar het juiste antwoord schuldig blijven. Mijn moeder zei: “Ierland, dat weet je toch?”. Later die dag, herinner ik me nu nog vaag, heeft mijn moeder me thuis iets meer verteld over mijn afkomst. Er werd thuis niet over mijn adoptie gepraat. Niet omdat mijn ouders dat niet wilden. Ik denk dat zij dat wel hadden gewild of daarvoor open hadden gestaan. Ik blokkeerde gewoon elke opening van een gesprek, of ontweek gewoon het onderwerp. Ze gaven ook aan mij écht te willen helpen bij een zoektocht. Zij hadden ook alle gegevens en het adoptiedossier bewaard dat ik mocht inzien en op een bepaalde leeftijd zelfs overhandigd kreeg. Maar kijken erin deed ik niet of nauwelijks. Het onderwerp adoptie vermeed ik eigenlijk stelselmatig. Het was voor mij een te ingewikkeld en pijnlijk onderwerp. Ik durfde best tegen mensen te zeggen dat ik geadopteerd was, maar dieper dan dat eerste oppervlak wilde ik niet gaan. Als je als jong persoon zoveel ingewikkelde emoties te verduren hebt, ontwijk je ze gewoon denk ik. Ik wist gewoon niet hoe ik het moest reguleren, hoe ik voor mezelf moest zorgen. Als jongeman had ik ook alleen maar voorbeelden van mannen die niet huilen, niet verdrietig zijn, en vooral niet over hun gevoelens praten. Dat was toen onze wereld. Ik vertelde dus altijd trots dat het mij zo positief gevormd heeft, en dat ik er sterk, gedisciplineerd en zelfstandig door geworden ben. En uiteindelijk is daar ook geen woord aan gelogen. Maar de keerzijde hield ik verborgen en dicht bij mezelf. Thuis was ik stil, afstandelijk, en zat ik vaak op mijn kamer of ik ging gelijk na school naar buiten, afspreken met vrienden, chillen. Naast het adoptie-onderwerp meed ik ook elk stukje verbinding met iedereen, inclusief mijn ouders. Nu ik erop terugkijk was mijn muur al opgebouwd 8 dagen na mijn geboorte, toen mijn Ierse moeder mij verliet. Maar het was geen gemetseld muurtje, het was driedubbel gewapend beton. 

Identiteit en zelfbeeld

Inmiddels ben ik ervan overtuigd en heb ik tijdens mijn therapie geleerd dat adoptie mijn hele “zijn” heeft bepaald. Dat begint al tijdens de ontwikkeling van een baby in de baarmoeder. Tijdens de zwangerschap wordt het hechtingssysteem al gevormd. Als daarin door de moeder heel veel stress wordt ervaren, zoals bij mijn moeder, heeft dat al invloed op onder andere je hechting, de manier waarop je relaties ervaart of aangaat bijvoorbeeld. Daarna volgde mijn geboorte, waar ik na een paar dagen als baby abrupt werd gescheiden van de enige veilige haven: mijn biologische moeder. De geur, de klank, de hartslag, de stem, de energie van jouw moeder, je enige houvast wordt ineens weggehakt. Je wordt letterlijk ontworteld. We weten inmiddels dat een baby dit op dat moment als een verschrikkelijk trauma kan ervaren. De meeste trauma’s worden natuurlijk bewust meegemaakt en daar heeft men herinneringen aan. In mijn geval niet, dus het is ook lastig om je mentale pijn te koppelen aan iets wat je niet kan herinneren. Alleen heeft je lichaam en brein het wel opgeslagen. En dus heeft het gewoon invloed op je gedrag, je gedachten en je patronen. Als je een puppy aanschaft, moet die eerst 8-10 weken in het nestje blijven om te socialiseren, anders zouden er wel eens gedragsproblemen kunnen ontstaan. En iedereen begrijpt dat. Ik heb tijdens de zwangerschap waarschijnlijk een hele stressvolle ontwikkeling in de baarmoeder meegemaakt en ervaren. Daarbovenop werd ik een paar dagen na de bevalling als baby weggehaald uit mijn “nest”. Nu, terugkijkend op mijn leven, durf ik te erkennen dat die gebeurtenis vóór en tijdens mijn geboorte echt wel effect heeft gehad op mij als mens. Nu, na een jaar therapie vallen die puzzelstukjes in elkaar. Ik kan het verklaren, ik kan het accepteren en ik kan het dus ook, met minder schaamte, voorzichtig delen met mensen. Aan het begin van mijn puberteit veranderde er veel voor mij. Van de basisschoolleeftijd kan ik mij niet zoveel meer herinneren en ik heb ook niet het idee dat ik daar veel last ervoer van mijn adoptie. Aan het begin van de puberteit begon ik mij steeds slechter te voelen, maar ik kon het toen niet plaatsen of verwoorden, laat staan koppelen aan mijn adoptie. Tijdens mijn therapie heb ik er uiteindelijk wel een woord voor kunnen vinden: “Existentiële eenzaamheid”: Je bent niet alleen en je bent altijd wel op zoek naar mensen om je heen. Je hebt altijd wel wat te doen, je spreekt continu af, maar uiteindelijk ben en blijf je leeg en eenzaam vanbinnen. De podcast over adoptie van FunX verwoordt het zoals ik het ook het liefst verwoord: “Het zwarte gat”. Je voelt het altijd. Alsof er een zwart gat in je zit. Soms is het groot, soms is het klein. Het zuigt alle liefde op die mensen je proberen te geven, maar ook de zelfliefde die je zo hard nodig hebt. Soms doet het héél veel pijn, soms een beetje. Maar het zit er altijd. Je komt er niet van af. Ik wilde als puber heel graag populair zijn, elke dag sociaal doen, de grappenmaker zijn, elke dag keihard werken om overal aardig gevonden te worden. Ik ging om met de hiphoppers, de gabbers, met de alto’s en met alle andere sub-cultuurtjes. Maar ik voelde me nergens thuis. Uiteindelijk vond ik vrienden, in mijn wijk, in mijn basketbalteam, bij het uitgaan en zij waren echt wel goed voor mij. Ik geloof er echt in dat zij mij als vriend beschouwde, maar het knagende lege gevoel bleef, altijd. Het zwarte gat was intens en hevig. Het was een hele ingewikkelde tijd waar ik, als ik erop terugkijk, behoorlijk vastliep. Maar voor de buitenwereld was ik cool, chill en altijd relaxt. “Echte mannen huilen niet”, was nog steeds mijn wereld en mijn referentiekader. Gaandeweg leer je er mee om te gaan. De agenda moest helemaal vol. Sporten, afspreken, altijd druk zijn. Als ik alleen was ontstonden de ingewikkelde gedachten. En gedurende je jonge leven leer je ze te ontwijken en weg te stoppen. Ik moest wel. Naast de eenzaamheid, het zwarte gat, kwam er ook een ander hardnekkig en destructief systeem om de hoek kijken: “Niet goed genoeg”. Ik maakte mijzelf en anderen wijs dat ik altijd keihard werkte, hoge eisen stelde aan mezelf, zelfstandig en perfectionistisch ben. Allemaal belangrijke eigenschappen om ergens te komen in het leven. “Kijk eens wat voor sterke persoonlijkheid ik heb en harde werker ik ben”. En het heeft me ook veel gebracht, eerlijk. Ik heb bijvoorbeeld een hele mooie coachcarrière in het basketbal mogen meemaken, vanuit die mindset. Ik ben voor mijn studie bouwkunde afgestudeerd met een 9 als eindcijfer en ontving een nominatie voor een afstudeerprijs in Zuid-Holland. Alleen was mijn probleem, het was nooit goed genoeg. Niets wat ik deed. Op sportief vlak, als coach, in mijn studie, maar ook op relationeel vlak. Altijd voelde ik me minderwaardig. En de stilte is dan mijn grootste vijand. Als ik alleen in mijn hoofd ben, spreekt er een Frank tegen mij die echt heel lelijk doet. Dat systeem tikte ook mijn rol en functioneren als vader aan. Dát werd op een bepaald moment heel ongezond. Ik vond dat ik mijn emotionele taak als vader niet goed genoeg uitvoerde. Ik was echt teleurgesteld in mijzelf. Hoe hard ik ook mijn best deed. Het voelde alsof het niet lukte. Het ideaalplaatje van hoe een emotioneel betrokken vader hoort te zijn, zoals ik het in mijn hoofd had, was onrealistisch. En zodra kinderen pubers worden, en hun zelfstandigheid gaan ontdekken, kwamen deze negatieve verhalen steeds vaker voor in mijn hoofd. Het werd drijfzand waarin je steeds verder wegzakt, want de eindeloze intense liefde die je ervaart voor ze, die blijft. Dat gaat nooit weg. En moet je voorstellen, ik heb echt geweldige pubers, de droom van iedere vader. Natuurlijk vind ik soms de bekende boterham van 4 weken oud op hun kamer, maar verder heb ik totaal niks te klagen. Mijn trots voor deze 2 is oneindig. En toch kreeg ik het niet voor elkaar om van mijn kant verbinding te maken. Ik zat op slot. Zij kenden mijn binnenwereld niet. Ik wilde dat zij praatten over hun binnenwereld, over hun verdriet, hun pijn. Maar ik deed dat zelf niet. Ik gaf niet het goede voorbeeld van kwetsbaarheid. Ik heb het nooit voorgeleefd. Dus hoe moeten zij dan weten hoe je dat doet? Onbedoeld was mijn norm misschien wel thuis “niet praten over je gevoelens”. Mijn betonnen muur nog steeds onverwoestbaar. Ik creëerde onbedoeld een afstand met ze. Althans, dat was mijn verhaal, in mijn hoofd. De gemene stem van Frank. Een gevecht in mijn hoofd waar geen einde aan kwam. Ik was Rocky die 9 ronden lang in elkaar gebeukt werd, met nog 1 ronde te gaan, de laatste ronde, mijn laatste kans: een jaar therapie. Ik ben erachter gekomen dat veel geadopteerden dezelfde gedachten hebben. “Niet goed genoeg”. Drie hele simpele woorden, maar die komen natuurlijk ergens vandaan. Je bent continu aan het aanpassen en op zoek naar acceptatie, bestaansrecht. Alleen dat interne systeem is zo hardnekkig, dat je nooit het gewenste niveau of resultaat zal behalen dat je nastreeft. En behaal je dat niveau toch? Dan zegt de stem tegen je dat het tóch wel ergens beter had gekund. Nooit goed genoeg. Altijd bestraffend naar jezelf. En dat is doodvermoeiend. 

Gezin & relaties
Ik denk dat mijn ouders hun uiterste best hebben gedaan in het opvoeden van een geadopteerd kind. Maar de complexiteit ervan was toen denk ik gewoon niet bekend. In die tijd dacht men: “Als je er maar genoeg liefde in gooit, komt het wel goed.” Alleen, hoe meer liefde er over me heen werd gegoten, hoe harder ik het van me af duwde en hoe ingewikkelder ik het vond. Hoe harder het zwarte gat het opzoog in het niets. Soms ervaarde ik het ook echt als een “freeze” reactie. Paniek! De relatie met mijn ouders is goed, maar ik kan wat zij mij geven niet teruggeven, het gevoel wat zij voor mij hebben, is niet wederzijds en dat is heel pijnlijk. Voor mij, maar ik kan me voorstellen dat dat voor hen ook geldt. Ik heb me vroeger nooit echt ergens thuis gevoeld, hoe hard zij ook hun best deden om mij een thuis te geven. Ik woonde bij een gezin dat mij heeft opgevoed en ik ben ze dankbaar voor de mogelijkheden die ze me hebben geboden. Voor de normen en waarden die ze me hebben bijgebracht, dat ik kon studeren en voor het thuis dat zij mij hebben geboden. Misschien wel het belangrijkste: het feit dat ze mijn afstandelijkheid op één of andere manier hebben kunnen accepteren en respecteren. Die afstandelijkheid versterkte voor mij ook wel weer het gevoel van eenzaamheid. Ik zag/zie de band die vrienden hebben met hun ouders, de band die ik voel met mijn kids en ik mis(te) dat enorm. Het was en is echt super pijnlijk als ik er teveel over nadenk, tot op de dag van vandaag. Het liefst meed ik dat onderwerp dan ook. Ik heb nu een jaar therapie achter de rug en voor het eerst in mijn leven durf ik dat voorzichtig uit te spreken, of hier op te schrijven. Nu besef ik voor het eerst in mijn leven dat ik hier niets aan kan doen, dat het niet mijn schuld is. Dat ik het niet op kan lossen. Dat ik er niet meer tegen hoef te vechten. Dat volwassenen, systemen en kerken allerlei beslissingen hebben genomen over mij, met dit complexe interne systeem als gevolg. 
Liefde is voor mij dan ook een heel ingewikkeld thema. Ik dacht, liefde is dat stukje in mij wat bij mijn geboorte, na mijn adoptie bij mij is afgehakt. Toen mijn wortels werden doorgeknipt is de liefde weggesijpeld in de grond. Als een vriendinnetje vroeger tegen mij zei: “Ik hou van je Frank”, dan raakte ik in paniek en was het waarschijnlijk vrij snel daarna uit. Ik voelde het niet, en kreeg zelf de woorden ook niet over mijn lippen. Op een bepaald moment accepteerde ik dat en liet ik het mijzelf definiëren. Ik was vlak, grijs, oppervlakkig, leeg. Voor de buitenwereld grappig, leuk, spontaan, sociaal, sterk. Ik geloofde vooral heel erg in mijzelf en échte verbinding met mensen was er niet. Ik liet nooit iets van mijn binnenwereld zien. Dat heb ik, achteraf bezien, nooit gedaan, nooit gekund. Verbinding maken is uiteindelijk tweerichtingsverkeer. Je zal jezelf óók kwetsbaar op moeten stellen, jezelf écht laten zien.  Nu zet ik daar gelukkig kleine stapjes in. 

Biologische familie & roots

De geboorte van mijn dochter en zoon waren een hele ingrijpende gebeurtenis voor mij. In de meest positieve en gelukkige zin van het woord. Alle clichés zijn waar en voor alle ouders vast herkenbaar, het is de mooiste dag van je leven. Het gevoel van liefde wat ik toen pas voor het eerst in mijn leven ervoer kon en kan ik maar moeilijk managen. Het voelde alsof ik uit balans raakte van een heerlijke innerlijke drugs, de roze wolk, de zevende hemel. Tegelijkertijd kwam daar die super ingewikkelde en pijnlijke levensvraag die ik altijd wel diep heb weggestopt. “Waarom ben ik afgestaan?” Hoe kan je in vredesnaam jouw eigen kind weggeven? Waar ik er voorheen een vrij rationeel antwoord op kon geven, kon ik mij na de geboorte van mijn dochter gewoonweg niet meer verplaatsen in iemand die haar kinderen afstaat. Geen enkele reden of argument was voor mij nog legitiem. Hoe weinig moet je waard zijn als baby om weggegeven te worden? Je voelt je dan ineens zo een klein, onbelangrijk, ongewenst persoon. Je deed er niet toe, je mocht er niet zijn. En tegelijkertijd ben je de gelukkigste man op aarde, jouw eigen kind, eindelijk je eerste bloedverwant. Een hele ingewikkelde cocktail van gedachten en emoties. Ik praatte daar, natuurlijk, met niemand over. Immers: échte mannen houden hun gevoel bij zichzelf. Ik probeerde me te focussen op mijn kids. Ik moest de beste vader voor hen zijn, alles wat ik gemist had, moesten zij gaan ervaren. De plaatjes en beelden in mijn hoofd van de perfecte vader stapelden zich op. De lijst met ‘perfecte vader eigenschappen’ werd langer en langer. Ik meldde mij snel na de geboorte van mijn dochter bij het FIOM. Zij zouden gaan zoeken voor mij. Mijn verwachting was, mijn moeder hebben ze binnen 2 weken gevonden. Adoptiedossier opvragen, adres opzoeken, contact leggen, klaar, simpel. Maar niks bleek minder waar. De zoektocht naar mijn roots duurde zeker 3-4 jaar. In Ierland heerst nog steeds heel erg de cultuur “over sommige dingen wordt niet gepraat”, nooit. En zeker niet over die zwarte periode. Dus het was heel moeilijk om mijn moeder te vinden, laat staan om met haar in contact te komen. Totdat het verlossende telefoontje kwam. “We hebben haar gevonden”.  Ik dacht, ik spring op het vliegtuig en ga naar Ierland. Maar daar dacht zij anders over. Ik was nog steeds dat schadelijke geheim natuurlijk, een schande. Zij had een leven opgebouwd in Italië, was getrouwd, had een zoon gekregen. Maar ook zij wisten niks van mij af. Haar oudste zus en broer waren nog steeds de enige die van mijn bestaan af wisten. En dat moest vooral zo blijven, want… Ierland…. Dus ze stemde in met het schrijven van brieven naar elkaar. En zo geschiedde. Tot eind 2018 schreven we brieven naar elkaar en wisselden we foto’s uit. En toen kreeg ik de boodschap, dat ze me wel wilde ontmoeten. Februari 2019 was zij in Ierland en konden we elkaar zien. Uiteraard moest alles geheim blijven. Haar man en zoon dachten dat ze naar familie ging. Maar in een hotel in Galway werd een ontmoeting geregeld, met een lokaal maatschappelijk werker als “tussenpersoon”. Ik wilde dit (uiteraard) in mijn eentje beleven. Ik vond het veel te ingewikkeld om met anderen te delen. Mensen wisten dat ik er naartoe ging, maar wat het allemaal met me deed, no way dat ik dat met iemand zou delen. Als ik zou breken, wilde ik op mezelf zijn. Want: échte mannen huilen niet. Ik denk dat ik nog nooit zo zenuwachtig was als de dag van de ontmoeting. Ik hoopte dat het veel voor me zou oplossen. Veel leegte zou wegnemen. Je probeert de verwachtingen te temperen, maar in je hoofd ben je alles aan het romantiseren. Dat kan je niet tegenhouden. De trip begon goed. Ik weet nog wel goed dat ik daar rondliep in Galway en dacht: “Dit zijn mijn mensen”. Een heel onbeschrijfelijk rustgevend gevoel, hier kom je vandaan, het klopte gewoon. Ik voelde me er heel erg op mijn gemak. Niet per se “thuis” maar je voelt gewoon dat in dit land je oorsprong ligt. Geen Nederlander op bezoek in Ierland. Maar een Ier die weer in “zijn land” is. Het moment van ontmoeten was echter allesbehalve wat ik ervan had gehoopt. Geen romantisch spoorloos sprookje. Geen verbinding. Er was een knuffel, maar die was afstandelijk, zakelijk. Ik hoopte een moeder te ontmoeten die haar zoon na 38 jaar weer in haar armen kon sluiten. Maar het voelde alsof ik een afspraak had met een vrouw die na een paar jaar eindelijk akkoord wilde gaan met ‘even bijkletsen’. Ik drukte direct mijn teleurstelling weg, en ging mee in haar oppervlakkige gezelligheid. Feilloos aanpassen aan mensen en situaties. Een lifeskill die ik na 38 jaar inmiddels wel geperfectioneerd had. Na 5 minuten besefte ik al dat deze ontmoeting me niet ging brengen wat ik had gehoopt. We praatten over haar hobby’s, haar man en zoon, mijn leven in Nederland, mijn kids, mijn werk. Over de adoptie werd niet gepraat. Geen antwoord op alle vragen die ik had over mijn oorsprong. Dat was voor haar te pijnlijk. Maar voor mij een noodzaak. Nul antwoorden op alle vragen over mijn vader. Te traumatisch voor haar. Voor mij essentieel. Juist omdat er geen diepte zat in ons gesprek, werd het ook niet emotioneel. We hebben die 2 dagen 3x afgesproken, en elke afspraak duurde een aantal uur. Terwijl de maatschappelijk werker ons had geadviseerd om max 2 uurtjes met elkaar te spreken en het daarbij te laten voor de eerste keer. Maar ja, als je het alleen maar hebt over het bootje en de moestuin van je moeder, dan valt het allemaal niet zo zwaar. Terug in mijn hotelkamer, in de bus naar het vliegveld, in het vliegtuig terug naar huis, daar was het wel zwaar. Alleen, met je eigen gedachten. Dus, wat ga je dan zeggen tegen iedereen thuis? Al die vragen van je ouders, je vrienden, je kinderen. Hoe was het? Ik bezat simpelweg nog steeds niet de emotionele volwassenheid en emotionele intelligentie om mijn ervaringen echt te delen met mijn omgeving. Te pijnlijk om op die plek te komen. Dus ik beperkte mezelf tot algemene antwoorden: “Leuk, interessant, ja was bijzonder”. Hoe oppervlakkiger, hoe beter. Maar de kern werd nooit geraakt. De vragen bleven, de leegte niet opgevuld. Het zwarte gat alleen maar verder gevoed. Jarenlang heb ik een verdere zoektocht uitgesteld. De teleurstellende ontmoeting met mijn moeder en het feit dat ik een geheim was en moest blijven heeft me heel erg belemmerd om voor mijzelf te kiezen en mijn eigen behoeften, namelijk mijn vader (en diens familie) te leren kennen en mijn halfbroertje. Ik wilde die pijn van afwijzing niet wéér voelen, dus ik ontweek het. Ik wilde ook geen bom droppen in families, zeker vanwege de Ierse geschiedenis ook. Het voelde alsof ik alleen maar ellende zou veroorzaken, en ik wilde niet die persoon zijn. Het contact met mijn moeder verwaterde. Wat ik van haar vroeg, matchte niet met wat zij mij wilde geven. En ik kreeg allesbehalve het gevoel dat ze dat erg vond. 

Ok, even fastforward naar januari 2025: een paar maanden voor de start van mijn therapie, mijn vriendin wist me te overtuigen om toch een DNA test in te leveren bij zo’n commerciële DNA database, MyHeritage. Zij wist me te overtuigen dat ik ook recht had om te weten waar ik vandaan kom, en dat het niet mijn schuld was dat ik afgestaan ben. Dat ik niet verantwoordelijk ben voor de gevolgen van mijn zoektocht. Mijn ratio wist wel dat ze gelijk had, ik zou als buitenstaander hetzelfde advies geven aan mijzelf, maar zo voelde het gewoon niet. Samen hebben we een DNA kit ingediend. Na 6 weken wachten, had ik ineens een match met een volle nicht van mijn biologische vader! Na berichten heen en weer gestuurd te hebben, en ik ook via een andere database (Ancestry) een match had met een volle neef van mij, konden we samen de puzzel oplossen. “James” was mijn vader! Waar eerst de angst regeerde dat ik een familie zou ontwrichten, of mijn familie me zou afwijzen, bleek het tegenovergestelde waar. Zij waren in de 7ehemel. Iedereen ging van ongeloof naar totale euforie op het moment dat ze mijn foto zagen. Ze kregen hun oom en broer weer een beetje terug uit de hemel, zo zeiden ze. Voor mij was het heel dubbel. Ik kwam er toen namelijk achter dat mijn vader in 2020 was overleden. Daar heb ik het heel erg moeilijk mee gehad. Waar mijn familie intens gelukkig was met mijn komst, was ik verwikkeld in verdriet over het verlies van mijn vader. Ik was wel opgelucht dat ik geen familie had kapot gemaakt en niemand boos op me was, of mij afwees. Het feit dat ik eindelijk ergens in een stamboom stond, was enorm van betekenis. Eindelijk een identiteit, een oorsprong. Het is denk ik onmogelijk om met woorden aan iemand uit te leggen hoe het is om je eigen identiteit niet te kennen. Stel je voor dat je morgen wakker wordt en heel je familie is onbekend. Je leeft bij een gezin maar je bent alle kennis kwijt over je afkomst en oorsprong. Je voelt aan alles dat de familie waar je verblijft niet jouw familie is, maar weet verder niets. Probeer er een voorstellig van te maken. Het is echt heel leeg.  De familie die mij zo hartverwarmend welkom heette en mij tot op de dag van vandaag super liefdevol als onderdeel van de familie beschouwt, is dus op zichzelf erg therapeutisch. Ik had toen juist weer spijt dat ik niet eerder mijn DNA had ingediend. Deze fase was echt intens, alles wat mijn familie vertelde over mijn vader, maakte dat ik hem meer en meer ging missen en steeds verdrietiger werd over het feit dat ik hem nooit heb mogen ontmoeten, en een relatie met hem kon opbouwen. “If he would have known about you, he would have loved you and your children so much” waren de woorden van de familie, die me diep raakten. Alle verhalen die over hem werden verteld, alle anekdotes die werden gedeeld, het leek alsof ze over mij praatten. Deze man leek zo gigantisch veel op mij. Qua gedrag, maar ook fysiek. Mijn vriendin maakte een collage van een foto van mij en een van mijn vader naast elkaar. Het leek alsof er een instagram filter over mijn gezicht was geplaatst. Frank, maar dan 30 jaar ouder.  Het werd één grote trigger van eenzaamheid, het zwarte gat was denk ik niet vaak zo groot geweest. Wat als mijn vader en ik een relatie hadden kunnen opbouwen? Was dan mijn zwarte gat kleiner geweest? Was het er überhaupt geweest? Je weet het niet, maar de wens is vader van de gedachte. Alles voelde alsof dat juist zo was. Mijn vader had geen kinderen (dacht de familie dus) en was ieders lieveling. Hij was zo geliefd. In de familie, in de gemeenschap. Hij offerde een groot deel van zijn leven op om een vaderfiguur voor zijn neefjes te zijn, die op jonge leeftijd hún vader hadden verloren. Het illustreerde hoe hij was. Voor iedereen stond hij klaar. Dit was de man die ik zo intens heb gemist en tot op de dag van vandaag nog steeds mis.

De rootsreizen hebben zoveel gedaan met hoe ik ook naar mijn eigen identiteit kijk. Mijn oorsprong ligt in Ierland. En elke keer als ik in Ierland ben, voel ik zo’n ontzettend diepe connectie met het land, met de mensen, met mijn familie. Voor mij voelt het inmiddels zó intens, dat ik mijzelf gewoon echt een Ier voel, die door adoptie in Nederland is opgegroeid. Ik ben ook veel meer gaan nadenken over mijn naam. Ik vind het veel te ingewikkeld om mijn naam op mijn 45e aan te gaan passen en iedereen in mijn omgeving te vertellen dat ze me Anthony moeten gaan noemen. Dat hoeft voor mij allemaal niet, veel te ingewikkeld. Maar als iemand het aan me zou vragen, op een dieper level, zou ik zeggen: Ik bén Anthony, en ze noemen me Frank. Ik bén Iers, en opgegroeid in Nederland. En ik ben daar trots op. En dat staat helemaal los van de dankbaarheid die ik heb voor alle mogelijkheden die de familie hier, en het (Neder)land mij geboden hebben. Want die is er zeker. Maar het gevoel in mij kan ik niet ontkennen. Ik heb een familie in Ierland, en een familie in Nederland. En wat mij betreft kunnen die prima naast elkaar bestaan, beide met een andere betekenis en een ander gevoel. 

Emoties & verwerking

Weer even terug in de tijd, Mei 2019: 3 maanden na de ontmoeting met mijn moeder ontmoette ik mijn huidige partner. Ik was 3,5 jaar single na mijn scheiding. Ik was “happy single”, ik had geen behoefte aan een relatie. Liefde voor een partner was veel te ingewikkeld, was mijn idee. Ik genoot vooral intens van de liefde voor/van mijn kids. Die was onvoorwaardelijk.  We hadden het gewoon echt fijn samen. Ik had een knus huisje gevonden en mijn werk vond ik ook gewoon heel leuk. Maar ik liet door middel van een Tinder account toch de mogelijkheid open voor een toekomst met een levenspartner. “Papa, wanneer krijg jij nou eens een vriendin??” Vroeg mijn dochter ooit. Dus zij waren er in ieder geval wél klaar voor 😉 Tsja, en toen kwam er wéér een moment dat ik volledig uit balans werd gebracht. Ik had in mijn date-fase namelijk 2 simpele eisen voor een potentiele nieuwe partner. 1) Ze mocht niet net uit een relatie komen, en 2) ik zou nooit gaan LAT-en. Maar de persoon waarmee ik de rest van mijn leven wilde gaan delen, bleek op dik een uur rijden te wonen en was net een maand vrijgezel. Tot zover mijn principes. Liefde maakt blind en veegt blijkbaar alle principes van tafel. Binnen één week vertelde ik haar dat ik van haar hield. Binnen 1 week…. Ja, ik was ineens die persoon waar ik zelf altijd heel erg allergisch voor was. Ook nu weer was voor mij het stukje “houden van-management” iets waar ik gewoon niet zo goed in was. Zij was dus ook de eerste persoon in mijn leven die het voor elkaar kreeg om mij meer te laten vertellen over mijn adoptie. “Ben jij eigenlijk wel eens verdrietig?” vroeg ze me op een luie zondagmiddag, toen we denk ik 1,5 jaar verkering hadden. Want huilen was aan mij nog steeds niet besteed. Die dag besloot ik eerlijk te zijn tegen haar en een klein inkijkje te geven. Dat bleek de start van een heel ingewikkeld proces, want je kan dan natuurlijk niet meer terug. Praten erover lukte mij haast niet, dus ik stuurde haar eerst podcasts, muziek(teksten), quotes en tiktok filmpjes over adoptie en zware kost over hoe een man/vader kan worstelen met verdriet en dat voor zich houdt om niemand daarmee te hoeven belasten. Voor mij was dit de enige manier, omdat ik het dan zelf niet hoefde te vertellen. We spraken uiteindelijk af dat we op een vrijdagavond een voor mij heel herkenbare podcast over adoptie samen zouden gaan beluisteren en ik zou dan aan de hand van die podcast vertellen hoe het bij mij werkt. Zij mocht ook vragen stellen, en ik zou daar dan antwoorden op geven. Voor haar was het een openbaring. Ze vond het heel erg voor mij en ik ervaarde een soort vrijheid en veiligheid bij haar om het te kunnen en mogen delen. Ze kwam namelijk niet met oplossingen, ze probeerde me niet te helpen, ze kwam niet met verwachtingen, ze eiste geen ruimte op omdat ze vond dat ze daar recht op had “omdat ze nou eenmaal mijn partner was”, ze vulde geen dingen in voor mij, en er waren geen loze kreten als “oh jaa dat kan ik me wel voorstellen…”.Nee, ze was er gewoon en erkende de pijn die bij mijn verhaal hoort. Aan de ene kant vond ik het fijn dat ik het met iemand kon delen, aan de andere kant werden er veel pijnlijke zenuwen blootgelegd en aangetikt, en kwam er veel verdriet vrij. En juist daar kon ik op dat moment weer heel moeilijk mee om gaan. Ik had me in mijn leven wel eens gemeld bij een praktijkondersteuner of een psycholoog maar de klik was er nooit. De cognitieve gedragstherapie sloeg niet aan, mijn eigen strenge bestraffende stem was gewoon veel te luid. Het voelde niet alsof ik daar echt mijn verhaal kon doen, of dat zij me echt begrepen. Wat voor mij wél altijd heel makkelijk was, was met een geadopteerde praten. Op één of andere manier voelde het alsof zij gewoon begrepen hoe het werkt in ons hoofd. Je hoeft niets te verantwoorden, uit te leggen, ze snappen het gewoon. Je kan dingen delen, zonder dat je jezelf een loser vindt tegenover de ander. Want dat was het ook vooral. Je bent zwak. “niet goed genoeg”.

Ondanks dat ik open kon zijn tegen haar, werd wel duidelijk dat ik hulp nodig had. Bij hoe ik over mezelf dacht, maar ook om te dealen met de eenzaamheid, het zwarte gat. Via een zoektocht op internet kwam ik erachter dat er een adoptiegroep bestond die schematherapie kreeg. Ik werd daar direct heel enthousiast van. Mijn huisarts had me al vaker langs zien komen vanwege adoptieproblematiek, dus die onderschreef het belang van deze groep, begeleidt door adoptie-experts. Hij schreef voor mij gelijk een brief naar de verzekeraar. 

Na 1,5 jaar op de wachtlijst kon ik er eindelijk terecht. De start was in maart 2025. Ik kan wel zeggen dat dat mijn leven heeft veranderd. Alhoewel het wel een heel zwaar traject is geweest, ben ik nu, een jaar later (april 2026), super blij dat ik dit heb gedaan. Het begon met een heldere doelstelling, ik wil een betere vader zijn, meer kunnen verbinden. En ik wil van het zwarte gat af. Simpel. Ik stelde me erop in dat het zwaar zou worden, maar dat het het allemaal wel waard zou zijn. Sidenote: Wij mannen zitten (volgens de psycholoog) dus blijkbaar zo in elkaar dat we denken dat alles gefikst kan worden. Je gaat naar de dokter, die fixt je fysieke pijn. Je gaat naar de psycholoog, die fixt je mentale pijn. Ik ben al heel mijn leven in mijn hoofd aan het vechten om het probleem te fixen. Dat lukte niet, dus dan gaat de therapie dit voor me doen. Tot zover Franks’ theorie. De grootste teleurstelling in dit proces was de boodschap en het besef dat mijn probleem niet te fixen is. Wat zeg je? Nee, het is niet te fixen. Dit ben jij, en dit blijf jij. Therapie leert je alleen maar om de pijn te verdragen, te accepteren en voor jezelf te zorgen. Je kan het litteken niet wegpoetsen. Ik moest hier echt van bijkomen, van deze boodschap. Maar het geloof en vertrouwen in een goede afloop bleef. Het was toch niet voor niets dat iedereen zo positief en enthousiast was over deze therapie? Ik heb de therapie altijd als een soort studie gezien. Ik ben super zelf-analytisch en ik wil altijd maar ontwikkelen. Ik ben continu en tot vermoeiends toe bezig met het analyseren en overdenken van mijn gedrag, mijn gedachten, mijn patronen. Dus ook hier. Dat is aan de ene kant dus mega vermoeiend, maar ik had tegelijk ook veel zelfkennis en het motiveerde me om gericht met mijn gedachten en patronen aan de slag te gaan. Ik had echt een route uitgestippeld en een actieplan gemaakt voor mezelf. Het resultaat van de therapie zou ik verbluffend willen noemen. Een jaar geleden had ik dit verhaal niet zo op kunnen schrijven. Ik had het niemand durven vertellen. Nu praat ik met mijn kinderen over mijn adoptie, over mijn worstelingen, en heel soms zelfs over mijn verdriet. Ik heb een gesprek met mijn ouders gehad over wat adoptie met mij heeft gedaan. Ik deel regelmatig met mijn vriendin moeilijke momenten en triggers. Ik ben niet meer geforceerd bezig om tegen de eenzaamheid te vechten en mensen om me heen te verzamelen, aardig gevonden te worden, te socializen, grappig en leuk te zijn. Je zou kunnen zeggen dat ik niet meer aan het vechten ben met mezelf om het probleem te “fixen”. Er is acceptatie ontstaan, en als ik me kut voel, voel ik me gewoon kut. En mijn omgeving mag dat dan ook gewoon weten. En dat brengt veel rust en balans met zich mee. Ik had nooit verwacht dat dit zou ontstaan en zou daarom ook iedereen (vooral mannen, want wij vinden onszelf toch vrij snel te stoer voor therapie) willen aanmoedigen om echt met zichzelf aan de slag te gaan, als dat écht nodig is. Ik heb geaccepteerd dat het lege gevoel, het zwarte gat, er is en zal blijven, de rest van mijn leven. Mijn kinderen, partner, ouders, niemand kan dat wegnemen. Het gaat niet weg, maar ik heb geleerd om er mee te leven. Het is als bij een amputatie van je benen. Je krijgt ze nooit meer terug, maar je leert gelukkig te zijn in een rolstoel. 

Maatschappij & systemen

“Adoptie is het enige trauma waar we van het slachtoffer verwachten dat diegene dankbaar is”
Deze quote pakte mij écht hard, want dit slaat wel de spijker op de kop. Heel mijn leven beweeg ik in een maatschappij die tegen geadopteerden zegt, “Wat moet jij dankbaar zijn! Dan heb je echt geluk gehad!” Op televisie worden programma’s gemaakt over het geweldige sprookje dat adoptie heet. De rijke gezinnen die de arme kindjes uit de rest van de wereld redden uit de ellende. Er wordt echter te vaak voorbijgegaan aan al het leed wat voorafgaat aan de adoptie. Beginnende bij een trauma dat een baby meemaakt als hij/zij weggerukt wordt bij de biologische moeder. Of de verschrikkelijke omstandigheden waar baby’s en kinderen in moeten leven in weeshuizen of op straat. Dat is namelijk de basis, de pijn die een geadopteerde voor de rest van diens leven met zich meedraagt. 
Adoptie is vooral een verdienmodel geweest. Een systeem van vraag en aanbod in baby’s en kinderen. De kloosters in Ierland verdienden goud geld aan de verkoop van kinderen aan rijke Amerikanen. De rijke “Bon secours” ziekenhuizen (ontstaan o.a. uit de Mother and baby homes) in Ierland hebben een significant deel van hun huidige vermogen te danken aan kinderhandel uit de 20e eeuw. In heel de wereld worden kinderen gestolen om vervolgens de papieren te vervalsen en de kinderen ter adoptie aan te bieden (lees: te verkopen). In sommige landen wordt éérst gekeken naar interlandelijke adoptie, omdat dat meer geld oplevert. Terwijl zij verplicht worden vanuit internationale kinderrechtenverdragen éérst een plek te vinden in eigen land. Dus je kan jezelf afvragen: Wiens belang staat er nu bij adoptie nu centraal? Die van het kind? Die van de afstandsmoeders? Die van de wensouders? Of die van de organisaties binnen het adoptiesysteem?  Welnu: de wensouders zijn blij en de adoptieorganisaties zijn blij. Tot zover de win-win situatie. De geadopteerden? Ja, “men” bepaalt dat die ook blij horen te zijn, want ze hebben zoveel geluk…. De afstandsouders? Die zijn vaak ook getraumatiseerd voor het leven. Een moeder neemt niet zomaar afstand van haar kind. Dat komt vaak omdat een systeem haar dwingt. Ik ben niet tégen adoptie. Er zijn te veel kinderen op deze wereld die een liefdevolle familie verdienen, maar het welzijn van de geadopteerde moet centraal staan. Adoptie moet in de eerste plaats gaan over verlies en verdriet van de geadopteerde. Niet de wens van de adoptie ouders en het beeld dat adoptie een sprookje is, een lot uit de loterij. Daarnaast moet er een systeem gebouwd worden dat álle adopties 100% legaal zijn verlopen. Alle papieren moeten 100% in orde zijn met volledige inzage voor de geadopteerde. Geen weggelakte informatie. Geadopteerden moeten ten alle tijden kunnen terugvinden waar ze vandaan komen. Wie hun ouders zijn. Geen geheimen meer. Een geadopteerde heeft recht op diens identiteit. En tenslotte: Wat mij betreft halen we alle geldstromen weg uit adoptie. Zolang er geldstromen zijn, blijft het een verdienmodel en houdt het illegale kinderhandel in stand. Adoptiebureau’s worden staatsbedrijven, alle kosten worden door de overheden betaald en er worden géén transacties  meer toegestaan tussen adoptiebureau’s. Dat is hoe ik vind hoe adoptie moet gaan. Laat me voorop stellen. Iedere geadopteerde ervaart zijn/haar adoptie anders. Er zijn er genoeg die ook daadwerkelijk het geluk ervaren. Die geen last ervaren van hun adoptie. Elk persoon die een traumatische gebeurtenis heeft ervaren, heelt anders. De één herstelt volledig en haalt heel veel kracht uit de gebeurtenis. De ander ervaart de rest van het leven mentale problemen en probeert daar op een of andere manier mee te dealen. Uit studies blijkt wel, dat geadopteerden tot 4x meer kans maken op suïcidale gedachten, dan niet-geadopteerden. Laat de geadopteerden dus ook zélf bepalen of zij gelukkig zijn. Als het verlies, de eenzaamheid, de leegte, het zwarte gat meer erkend wordt, dan zullen geadopteerden ook veel meer de veiligheid en de vrijheid voelen om dat ook voor zichzelf te erkennen, het verdriet te delen met de omgeving en goed voor zichzelf te zorgen. En dat gun ik echt iedereen met een adoptie achtergrond.

Kracht, groei & betekenis

Voorheen vond ik het altijd lastig om ergens trots op te zijn. Want… “niet goed genoeg”. Het kan en moest altijd beter. Maar een jaar therapie laat je toch anders denken over jezelf. Er ontstaat ruimte voor relativering, acceptatie. Er ontstaat ruimte voor een realistisch beeld van jezelf. En uiteindelijk blijven er zwakke momenten. Maar daar word je dan juist heel bewust van en daar kan je dan weer andere gedachten tegenover zetten. Of je hebt geleerd om er mee om te gaan en goed voor jezelf te zorgen. Uiteindelijk heeft elke eigenschap een kracht en een valkuil. Ik ben ervan overtuigd dat ik door mijn adoptie enorm zelfstandig ben geworden en daarnaast altijd bezig ben met persoonlijke ontwikkeling en groei. Het heeft me een hele mooie coachcarrière gebracht, waarbij ik als “nobody” uitgroeide tot bondscoach van jong oranje en ons land op EK’s en WK’s mocht vertegenwoordigen. Ik geloof dat ik door mijn adoptie een hele menselijke kant heb ontwikkeld, waarin ik heel erg begaan ben met het lot van mijn medemens. Ik geloof dat achter ieder mens, iedere dakloze, verslaafde, crimineel, of wie dan ook een verhaal schuilt. Met mogelijk ellende, verdriet, pijn. Ik ben altijd erg benieuwd naar een anders perspectief, zonder direct waardeoordeel. Ik ben ervan overtuigd dat mijn adoptie daar een belangrijk onderdeel van is. Ik ben vandaag de dag trots dat ik altijd thuis ben geweest voor mijn kinderen, al vanaf dat ze klein zijn: Als zij thuiskomen van school, ben ik thuis. Op de dagen dat ze bij mij zijn in het co-ouderschaps-schema, ben ik thuis. “Aanwezig zijn” is altijd heel belangrijk voor mij geweest. Alle optredens, sportwedstrijden, uitvoeringen, overal wil ik zoveel mogelijk bij zijn.  Daarnaast bestaan wel moeilijke knagende (schuld)gevoelens. Het feit dat ik ze af en toe ook verdriet heb bezorgd als vader, dat ik ze soms teleurstel, of dat ik soms niet de emotionele verbindende skills heb, dat blijft een knagend gevoel. Terwijl ik niet eens weet of zij dat ook zo ervaren, dat is mijn aanname. Want ik besef dat al die ingewikkelde gedachten vooral in mijn hoofd plaatsvinden. En hoe moeilijk en vermoeiend die gevoelens ook zijn, er is nu ruimte voor acceptatie. Je doet je best. En je hebt altijd je best gedaan. Je hebt misschien fouten gemaakt, het is niet altijd goed gegaan, of gegaan zoals je had gehoopt, maar de intenties zijn altijd goed geweest, op basis van onvoorwaardelijke liefde. 

Ik ben MEGA trots op mijn 2 kids. Als ik zie hoe ze zich bewegen in het leven, hoe ze zijn als mens, dan kan ik daar alleen maar heel gelukkig van worden en beseffen dat ik daar ook een rol in heb gespeeld. 

Ik ben ook trots op het feit dat ik dat jaar therapie ben aangegaan. Hoe lastig en pijnlijk het soms ook was, elke maandag naar Dordrecht, soms huilend in de auto op de weg terug. Ik heb hele zware momenten gekend. 

Achteraf ben ik vooral trots op mijn jongere ik. Trots op hoe de kleine en jonge Frank zich door het leven gestruikeld en geworsteld heeft, wat een strijder. Op mijn telefoon heb ik nu een door AI gemaakte foto als achtergrond. De 45 jarige Frank, die een 4-jarige Frank aan het knuffelen is. Het helpt mij te beseffen en accepteren dat adoptie mij gevormd heeft. Ik vraag mezelf soms af of ik tegen die Frank net zo lelijk zou kunnen doen als tegen mijzelf. Het antwoord laat zich natuurlijk raden. En dat helpt gewoon om aardiger tegen jezelf te zijn. Ik zou willen dat ik terug kon reizen in de tijd, en de jonge Frank van alles kon vertellen, kon helpen met en voorbereiden op dat zwarte gat. Er voor hem kon zijn, zodat hij iemand had om het te delen. Helaas kan dat niet, maar door naar zo’n foto te kijken, gebeurt er veel in mijn hoofd. Positieve, troostende en vooral helpende gedachten. En trots is een gevoel wat ik eigenlijk voorheen nooit ervaren heb. Misschien is dat ook wel de grootste winst.

Advies & boodschap

We leven helaas in een wereld met heel veel polarisatie. We staan steeds meer lijnrecht tegenover elkaar. Pro/anti zwarte piet, pro/anti vaccinatie, pro/anti vluchtelingen, enz. enz. We (beginnende bij de politiek) leren elkaar en onze kinderen steeds meer om te strijden voor onze eigen waarheid, te strijden voor ons gelijk, zonder écht te luisteren naar de ander. We zijn steeds minder bezig om te begrijpen waar de ander vandaan komt. En om vanuit begrip verbinding te maken en in harmonie samen door het leven te gaan. Je hoeft het niet altijd eens te zijn met de ander, maar je kan wel proberen te begrijpen dat de ander een andere mening heeft, omdat die persoon andere ervaringen, andere kernwaarden en andere perspectieven heeft.  

Ook in de adoptie wereld merk ik veel polarisatie. Geadopteerden tegen adoptieouders, Geadopteerden tegen het systeem. Geadopteerden tegen elkaar. Er is veel activisme en strijd. En ik besef dat we activisten nodig hebben voor verandering, maar we hebben ook bruggenbouwers nodig. Ik zie mezelf meer als een bruggenbouwer. Ik geloof in de goede intenties van de adoptieouders, maar tegelijkertijd is er het verdriet van geadopteerden. Ik zie bijvoorbeeld dat adoptieouders kunnen blijven hangen in hun positieve intenties en hun idee dat de geadopteerden geluk hebben gehad, maar te weinig erkenning geven aan het verdriet. Of zelfs het adoptiekind vertellen dat ze toch maar dankbaar moeten zijn. Wat ik zou willen meegeven aan adoptieouders is heel simpel: Erken het verdriet, dit staat los van hoe hard jullie je best hebben gedaan of hoe goed jullie intenties zijn geweest. Het verdriet verdwijnt niet. Dat neem jij als adoptieouder niet weg door er heel veel liefde in te gooien. Erken dat zij zich alleen, eenzaam, leeg voelen. Probeer in te zien dat het zwarte gat niet weg te nemen valt. Probeer het niet op te lossen voor je kind. Want het is niet op te lossen. Accepteer het kind zoals die is, ook al vind je het lastig. Erken de emoties, een kind kan verdrietig of boos zijn en van iemand houden op hetzelfde moment. Zodra het verdriet en de emoties erkent worden door de omgeving, voelt het kind ook de veiligheid en vrijheid om die emoties voor zichzelf te erkennen en voor zichzelf te gaan zorgen. 

Aan jonge geadopteerden zou ik mee willen geven dat het enorm helpt om hulp te zoeken. Alle nare gevoelens die je met je meedraagt, zijn legitiem. Vecht er niet tegen, probeer het niet op te lossen, maar zoek hulp bij mensen die jou kunnen leren om het te verdragen, te accepteren. Praat met andere geadopteerden, deel je ervaringen, maar probeer ook geadopteerden te vinden die stappen hebben gemaakt in hun persoonlijke ontwikkeling, waaraan je je kan optrekken. Ikzelf heb bijvoorbeeld sommige adoptiecommunities in whatsapp gearchiveerd, omdat daar alleen ellende werd gedeeld en alleen vanuit een negatieve activistische houding werd gecommuniceerd. Ik merkte dat ik daar niet verder mee kwam. Tenslotte: Leg mensen uit waar je behoefte aan hebt. In mijn geval: Ik ben niet op zoek naar oplossingen, een luisterend oor is genoeg. Stel me vooral vragen, want er zelf over beginnen vind ik moeilijk. Als je mij een vraag stelt, heb ik niet het gevoel dat ik je ongevraagd met mijn problemen belast. 

Afsluiting

Hoe zwaar dit verhaal misschien ook lijkt, toch wil ik benadrukken dat ik mijzelf echt als een gelukkig man beschouw. Ik ben me heel erg bewust van mijn bevoordeelde positie. Ik ben gezond, ik heb gezonde kinderen, ik heb een mooi leven met veel welvaart en goede voorzieningen. Ik heb kansen gekregen waar zoveel miljoenen mensen in deze wereld alleen maar van kunnen dromen. Ieder mens draagt echter iets met zich mee denk ik. Bij mij is dat mijn adoptie. Ik heb dat stukje alleen heel erg voor mezelf gehouden. De afgelopen jaren is dat heel erg naar de oppervlakte gekomen en heb ik geleerd om daar mee te dealen. Ik heb er voor gekozen om mijn verleden, mijn zwarte gat, recht in de ogen aan te kijken, ik ben gestopt met vechten. Ik heb het omarmd en geaccepteerd. Ik vind mezelf niet zielig, ik hoef geen medelijden. Maar ik weet wat ik wel nodig heb en hoe ik voor mezelf moet zorgen op moeilijke momenten. En dat heeft me veel meer balans en rust opgeleverd. Ik hoop dat veel jongens, mannen en vaders, door mijn verhaal beseffen dat ook wij mannen mentale uitdagingen met ons meedragen. Vaders huilen ook. Dat we een voorbeeld kunnen zijn voor onze kinderen door te laten zien hoe je met verdriet en emoties om kan gaan. Als jij je kwetsbaar opstelt, zullen jouw kinderen dat ook doen. Als jij je verdriet deelt, zullen zij dat ook makkelijker doen. En zo ontstaat pas echte verbinding. Zo kan je er voor elkaar zijn. Kinderen verdienen een rolmodel om zich heen dat laat zien hoe je met emoties omgaat. Dat je gevoelens niet weg hoeft te stoppen, maar dat delen helpt. Laten we dit als mannen en vaders alsjeblieft normaliseren met elkaar en doorgeven aan de volgende generaties.

Ben je geadopteerd, of adoptieouder, en wil je me dingen vragen? Dan sta ik ervoor open om mijn ervaringen met je te delen, of gewoon naar je verhaal te luisteren. Stuur me gerust een berichtje. Ik ben geen psycholoog, maar ik weet wel dat praten met een geadopteerde helpt. 

Tenslotte wens ik iedereen die op welke manier dan ook te maken heeft met adoptie, veel liefde, wijsheid en sterkte toe in het leven. You are not alone.

bottom of page