top of page

het verhaal van

Elisabeth

 

Mijn levensreis naar Huis

Terwijl er in Libanon een heftige burgeroorlog aan de gang was, werd ik op 9 april 1978 geboren in één van de ziekenhuizen van de hoofdstad Beiroet. Wie mijn biologische ouders zijn blijft vanaf dat moment onbekend. De eerste weken van mijn leven heb ik als ‘Rabiha’ doorgebracht in het ziekenhuis.

Na 5 weken werd ik, door de vrouw die mijn adoptie regelde, gebracht naar het hotel waar mijn adoptieouders verbleven. Vanaf dat moment heet ik Elisabeth Verschuure. En vanaf dat moment had ik liefdevolle ouders. Na een paar dagen vlogen mijn ouders met mij terug naar Nederland. Dit moest snel vanwege de oorlog.

Mijn ouders waren twee jaar eerder ook in Libanon geweest om mijn (niet biologische) broer Wim op te halen. Hij was toen 9 maanden. Twee jaar na mij werden mijn ouders nog verrast door een biologische zoon, Aart. Zo was ons gezin een internationaal gezelschap geworden, zoals mijn vader vaak zei. Een collega van mijn vader vroeg hem: “Je krijgt nu een kind van jullie zelf, wat ga je nu met die andere twee kinderen doen?” Waarop mijn vader antwoordde: “Nou, die houd ik nog maar een poosje.” 


Adoptie was in ons gezin een zichtbaar en tegelijk onopvallend thema. Mijn ouders hebben ons nooit bijzonder behandeld of anders dan mijn broer Aart. Ik weet dat mijn vader vaak een verhaaltje vertelde. Hij vertelde dan hoe er te midden van de oorlog een meisje geboren werd, die geen mama had die voor haar kon zorgen. Daarna vertelde mijn vader exact hetzelfde verhaaltje, maar dan over Wim. Mijn ouders hebben hier nooit geheimzinnig over gedaan en ik weet echt vanaf dat ik klein was, dat ik uit Libanon kom. We vierden ook altijd de dag dat mijn ouders mij gekregen hebben en dan werd er gezellig met elkaar gefonduud. Wim en ik gaven elkaar later soms een cadeautje. We keken dan vaak dia’s van mijn aankomst en de tijd dat mijn ouders in Libanon waren. 

 

Adoptie is ingewikkeld. Er zijn ouders die verlangend uitzien naar een kindje en vaak op die manier de weg naar adoptie vinden. In de tijd van mijn ouders was er niets bekend over de gevolgen van adoptie voor het kindje. Zij hebben met de beste intenties een kind aangenomen en er werd toen gedacht dat als je een kind maar veel liefde geeft het goed komt. Met de kennis van nu weten we dat dit complexer ligt. Adoptie is zo zeer het probleem niet, laat dat een bemoediging zijn voor ouderparen die een kind hebben geadopteerd. Het afgestaan zijn is het vroegkinderlijk trauma. Daarna is er pas sprake van adoptie. Elke adoptieouder krijgt een kind met trauma. Dat betekent niet dat een adoptiekind een probleemkind is. Het heeft alleen niet de kans gehad om veilig te hechten binnen een symbiotische relatie. En dat is levenslang pijnlijk! Hoe jong een geadopteerd kindje ook is, het moet al snel zelfstandig zijn en zien te overleven.. En daar gaat het brein en het lichaam mee aan het werk. Dus wat gebeurt er dan? Kinderen zijn onrustig, druk, vragen veel aandacht, testen je, sloven zich uit, zijn angstig, zijn heel teruggetrokken enz. Als je zo’n kindje laat onderzoeken, krijgt het allerlei stempels mee van ADHD, ASS, etc. En het kind krijgt al vroeg het etiket opgeplakt dat het moeilijk is. Zo niet nodig! Het kind zoekt veiligheid bij biologische ouders. En die zijn er niet, hoe pijnlijk en onrustig is dat voor een kind. Vaak kunnen ze er nog geen woorden aan geven en soms komen die woorden nooit. Het kind moet dan opnieuw leren hechten in een nieuwe situatie. Dit vraagt veel van het kind en ook van de ouders. Het kind vertoont normaal gedrag in een ongewone situatie en geen ongewoon gedrag in een normale situatie.
Adoptiekinderen hebben een grote bewijsdrang. Ik zei als kind vaak tegen mijn moeder, zo vertelde zij mij later: ‘Ik heb altijd het gevoel dat ik iets extra’s moet doen om geaccepteerd te worden’. Een adoptiekind rouwt, vaak onbewust, om het onbekende en vaak met weinig of geen herinneringen. Rouwen is zwaar, maar mooie herinneringen kunnen een houvast zijn in rouw. Adoptiekinderen missen dat allemaal. Het is een rauwe rouw.
Het afgestaan zijn en geadopteerd zijn heeft invloed, ook op mij. Ik heb me vroeger vaak onbegrepen gevoeld en had altijd het gevoel dat ik maar dankbaar moest zijn. Op school werd ik niet begrepen en vaak gestraft. Wat het gevoel dat je er niet mag zijn niet kleiner maakte. Ook voelde ik me vaak een bezienswaardigheid. Mensen vonden het geoorloofd om aan mijn haar te mogen zitten, mijn broer heeft kroeshaar en ook daar werd veelvuldig aan gevoeld. We leken wel een algemeen bezit van mensen. Daardoor zijn adoptiekinderen ook heel kwetsbaar. De loyaliteit die een kind automatisch heeft naar ouders, moet bij adoptieouders ‘verdiend’ worden. Dat vraagt veel geduld. Ik merkte toen ik eigen kinderen had het verschil. Ik zei heel vaak tegen mijn meiden: ‘Nooit vergeten hoor, er is niemand op de wereld die zoveel van je houdt als ik’. Ik bleef dat maar zeggen, totdat mijn dochter zei: ‘Mam, u hoeft dat niet zo vaak te zeggen hoor, ik weet dat echt wel’.  Dat was een spiegel. Ik had en heb die bevestiging blijvend nodig. Dus ik zeg weleens tegen ouders: niet één keer zeggen, maar tien keer, dat hebben adoptiekinderen nodig.


Ik heb hele lieve ouders en zij konden heel goed omgaan met moeilijke dingen, maar ook zij hadden geen antwoorden op mijn vragen. Het was met elkaar zoeken wat er nodig was voor mij en tegelijk leerde ze mij wat onvoorwaardelijkheid was en stonden 24/7 voor me klaar. Dat mijn ouders me niet altijd gelijk begrepen is begrijpelijk, biologisch gezien ben je vreemden van elkaar.  Wat beiden dan moeten leren is meer dan gemiddeld uitleggen wat je denkt en voelt. Ik heb gelukkig altijd een goede band met mijn ouders gehad. Het verschil in ons gezin mocht er zijn en we bespraken dit ook met elkaar. Nu denk ik weleens: ‘Was er toen maar meer bekend geweest over de gevolgen van afgestaan zijn’, dan zouden dingen toch anders zijn gelopen met mij. Al zie ik nu overigens nog steeds een grote onbekendheid over de gevolgen. De kennis moet komen van ons als inmiddels volwassen geworden adoptiekinderen, daarvan ben ik overtuigd. Het is belangrijk om je ergens thuis te voelen. Toch merk ik aan mezelf dat dit moeilijk is. In Libanon voel ik me thuis in de cultuur, maar ik ben niet één van hen, want ik woon er niet en spreek de taal niet. Hier in Nederland spreek ik de taal, woon er en toch ben ik niet één van hen, maar blijf altijd de geadopteerde. Twee jaar terug liep ik in Kapelle een winkel in met mijn ouders. Tegelijk met ons liep er een echtpaar binnen die ik kende uit mijn vorige woonplaats. Mijn moeder vertelde dat ze ‘met haar dochter’ even naar de winkel ging. Die vrouw antwoordde: ‘Oh, dat aangenomen kind?’ Ik vond het bijzonder.. Voor mij is het gevoel van ‘thuis voelen’ sterk verbeterd toen ik zelf twee dochters kreeg en nog sterker nu ik ook kleinkinderen heb. Dan verdwijnt het verleden meer naar de achtergrond en word je zelf verantwoordelijk voor een volgend geslacht. Ik voel me sinds ik kleinkinderen heb stamhoofd van mijn stamboom die bij mij begint. Tegelijk brengt dat ook mee dat je meer gaat voelen wat je zelf gemist hebt. 


In oktober 2025 zat ik met mijn broer Wim en zijn gezin op de boulevard van Sidon in Libanon. Ik was daar na 21 jaar weer in Libanon. Mijn dochter belde dat haar kindje waarvan ze 30 weken zwanger was niet levensvatbaar zou zijn. Door de ernstige hartafwijking die ze had, hield ze inmiddels zoveel vocht vast, dat een behandeling gelijk na haar geboorte onmogelijk zou zijn en ze dus na de geboorte zou komen te overlijden. Wat een verdriet heeft me dat toen gegeven. Mijn lieve dappere dochter Hilde die haar kindje zal verliezen. En ik dacht toen ik daar was, dit meisje wordt in een land geboren waar op medisch gebied zo ongeveer alles mogelijk is, maar zij gaat overlijden. Ik ben geboren in de oorlog in een land waar alles chaos was en ik bleef leven. Onze allerliefste Zara, die de mooie namen kreeg van mij en mijn jongste dochter, Elisa Rabiha Ruth is geboren en overleden op 1 november 2025. Een grote inslag op mijn kleine stamboom! Zij is niet meer bij ons, maar is veilig in Jezus’ armen!

Ik vind het noodzakelijk dat je bewust naar je verleden kijkt, maar er niet in blijft hangen. In vele levens zijn er moeilijkheden en in vele levens zijn er onbeantwoorde vragen. Als kind dat geadopteerd is heb je vaak de neiging om allerlei problemen die je tegenkomt te steken op de adoptie. Soms is het dan goed te checken bij een vriend of vriendin of diegene dat ook ervaart. En ja, er kunnen nare gevolgen zijn van afgestaan zijn. Ieder mens wil weten waar hij/zij vandaan komt en heeft daar ook recht op. Dus die mogelijkheid om te zoeken moet er altijd zijn. In mijn geval is er helemaal niets bekend over biologische ouders of familie. Soms vind ik dat moeilijk, maar vaak niet. Dat heeft te maken met mijn geloof in God. Ik ben ervan overtuigd dat Hij mijn leven leidt en niemand anders. Hij is mijn Vader en naar Hem ben ik onderweg. God heeft besloten dat ik in Libanon geboren werd en in Nederland zou opgroeien. Dat is geen dooddoener, maar dat geeft mij rust. Dit zorgt ervoor dat ik niet op zoek ga naar mijn roots. Daarbij komt dat mijn moeder mij afgestaan heeft in misschien wel heel moeilijke omstandigheden. Mijn leven is gered en ik wil niet het risico lopen dat haar leven in gevaar komt als ik haar zou gaan zoeken.


Ik ben heel dankbaar dat ik Libanees ben! Deze mensen zijn gezegend met een positief en temperamentvol karakter en met veel veerkracht. Zo zie ik mezelf ook. Daarnaast zijn gastvrijheid en familie heel belangrijk. Ook dat merk ik aan mezelf. Veel mensen aan mijn tafel en lekker koken, daar word ik heel blij van. De vurigheid als Libanees heb ik wel wat af moeten leren, dat past ook niet zo in de westerse cultuur. Intussen is Nederland wel rijk gevuld met verschillende culturen, maar toen ik jonger was nog niet. Veel eigenschappen zitten in je DNA. En van mijn lieve ouders heb ik nog zoveel belangrijke zaken voor het leven meegekregen.  Zo mag ik met al die ontwikkelde eigenschappen in het leven staan. Adoptie heeft mij geleerd om ruim te denken en zo mogelijk ook te leven. Omzien naar elkaar, delen, gastvrij zijn, gelijkwaardigheid zoeken, terwijl de verschillen mogen blijven, etc. Vanaf de tijd dat ik jong was, dacht ik veel na over andere culturen: hoe mensen eruit zien, wat ze eten, hoe ze wonen, hun gewoontes. Ik vind dat nog steeds heel interessant. 


Ik ben het zeer eens met de opvatting dat adoptie onder een enorm vergrootglas is komen te liggen. Er zijn vele misstanden geweest en vele adopties waren simpelweg niet nodig geweest. Vraag en aanbod hebben absoluut een rol gespeeld in de jaren ‘70-‘80. Dat kan en mag niet! Voor mij is echt een van de ergste dingen dat je een kind weghaalt, hoe dan ook, bij de moeder. Die symbiotische band is niet te vervangen! Vervolgens dan ook nog een kind uit haar cultuur halen is echt heftig. Ik houd weleens een lezing over adoptie en neem dan kleine plantjes mee. Adoptie is alsof je het plantje uit het potje trekt en vervolgens in een ander potje zet en wil dat het net zo gaat groeien als in het eerste potje. Kijk dan nog eens in het eerste potje… daarin zijn wortels achter gebleven. Om het plantje weer tot bloei te laten komen is er veel aandacht, liefde, ‘bijvoeding’ nodig.

In mijn beleving mag adoptie nooit een onvervulde kinderwens van ouders opvullen. Dat kan namelijk niet! De pijn van kinderloosheid is dat je geen kinderen kan krijgen. Dat is niet op te vullen met een adoptiekind. Ik denk dat adoptiekinderen en -ouders veel overeenkomsten hebben. De een mist ouders en de ander kinderen. En eigenlijk kunnen beide elkaars leegte niet opvullen. Als dat bespreekbaar kan zijn, komt er verbinding. 
Adoptie is zo zeer het probleem niet. Ik denk weleens dat adoptiekinderen de meest gewenste kinderen zijn. Ja, want hoe vaak hoor je niet dat iemand ‘een foutje’ is? En hoeveel kindjes worden er jaarlijks geaborteerd? Een nadenkertje; zijn wij de stem van al die abortussen in Nederland? Hoe was het met ons gegaan als onze ouders niet in het buitenland woonde, maar in Nederland? Wij hebben een tweede kans gekregen, maar vele kinderen in Nederland krijgen niet eens een eerste kans….dit wil ik mensen toch meegeven. En lieve mede-afgestane. Wat zo helpend kan zijn op je levensweg is jezelf te accepteren. Dat is een zoektocht die je alleen zelf kunt afleggen. Het gaat er niet om hoe een ander je ziet, maar hoe zie jij jezelf? Accepteer jij wie jij bent? Accepteer jij je mooie huidskleur? Wie wil je zijn voor anderen? Wat kan jij bijdragen aan onze maatschappij en voor al de mensen om je heen? Ga rechtop staan en wees trots op je DNA! Wie je ook bent en waar je ook vandaan komt, jij bent je toekomst. Maak daar iets moois van!

U geeft een toekomst vol van hoop
Dat heeft U aan ons beloofd
Niemand anders U alleen
Leidt ons door dit leven heen

(lied: U geeft een toekomst vol van hoop)

 

bottom of page